Voedselbos Ketelbroek

Wouter van Eck

Activiteiten:Voedselbos

Initiatiefnemer:Wouter van Eck

Start:2009

Plaats:Groesbeek

Introductie

We hebben het óf over natuur óf over landbouw. Deze scheiding heeft tot veel problemen geleid, waaronder de stikstofcrisis, ziet Wouter van Eck. Als voedselbosboer brengt hij landbouw en natuur daarom samen op één kavel: “Het is tijd dat we de schijntegenstelling tussen ecologie en de agrarische sector loslaten. Dan kunnen we een compleet ander voedselsysteem neerzetten.”

Uitgelichte quote

“We hebben de kans om 170.000 hectaren landbouwgrond in te zetten als voedselbos” – Wouter van Eck
Wouter van Eck Voedselbos Ketelbroek

“Er wordt beweerd dat boeren rondom kwetsbare natuurgebieden moeten verdwijnen, maar dat hoeft helemaal niet. Het type landbouw dat ze bedrijven zal alleen moeten gaan passen bij die natuur”, vertelt ecoloog en voedselbosboer Wouter van Eck. Hij verbaast zich over de aanpak van de stikstofcrisis: “Voedselbossen worden compleet vergeten… Terwijl ze een fantastisch alternatief voor melkveehouders vormen, omdat ze nul emissies hebben en kwetsbare natuur ondersteunen, in plaats van belasten. Dan hoeven we boeren niet van hun grond te onteigenen en hebben we de kans om 170.000 hectaren landbouwgrond in te zetten als voedselbos.”

In de jaren negentig komt Wouter voor het eerst in aanraking met een voedselbos, terwijl hij voor onderzoek in Kenia is. “Er stonden hoge mango- en avocadobomen en in de beschutte laag daaronder kleinere papajabomen. Aan de randen groeiden koffie, thee en andere liefhebbers van de luwte. De plek was paradijselijk mooi, heel weelderig en vol lawaai van alle vogels en insecten die daar ook verbleven”, vertelt hij. “Ik liep daar rond en wist meteen: dit ecosysteem functioneert als een natuurlijk bos, maar het ís het niet. Want de avocado komt oorspronkelijk uit Midden-Amerika en de mango stamt uit India en Bangladesh. Dus hier is door mensen gepuzzeld met een polycultuur. Dat zette me aan het denken over hoe voedselbossen in Nederland zouden kunnen werken.”

Uitgelichte quote

“De natuur wil gul zijn, als we haar de kans geven”
Voedselbos Ketelbroek Wouter van Eck

Voedselbos Ketelbroek

Uiteindelijk duurt het nog jaren voordat Wouter met zijn voedselbos-plannen aan de slag gaat. Na lange tijd bij Milieudefensie tegen de vee-industrie en bestrijdingsmiddelen te hebben gestreden, besluit hij in 2009 dat hij een positief puzzelstukje wil bijdragen. Dus koopt hij samen met zijn compagnon Pieter Jansen tweeënhalve hectare landbouwgrond in Groesbeek, waar ze op een dag voorbij fietsen. Wouter: “Het was een kaal veld vol snijmaïs, dat gebruikt wordt voor veevoer. We hebben de taxatieprijs betaald en zijn vervolgens aan de slag gegaan met het aanplanten van bomen, hagen en struiken. Ook hebben we op de kavel hoogteverschil aangebracht en een meanderende beek voor padden en kikkers gecreëerd.”

“Het is fantastisch om de natuur te zien terugkomen, dat herstellend vermogen is onvoorstelbaar”, deelt Wouter. Zo herbergt voedselbos Ketelbroek inmiddels meer nachtvlindersoorten dan in het nabijgelegen Natura-2000 gebied en vind je er ruim dertig vogelsoorten, wezels, vuurvliegjes, ringslangen en bevers. Ook staan er bomen die nu al ruim vijftien meter hoog zijn. “Het is een soort Ark van Noah vol dieren die in het lege akkerlandschap een plekje hebben gevonden en allemaal meeliften. En de oogsten nemen ieder jaar toe. Dat is het fascinerende: de natuur wil gul zijn, als we haar de kans geven.”

Biodiversiteit

Van melkveebedrijf naar voedselbos

Een voedselbos vergt vanwege het aanplanten vooral aan de voorkant een investering. Maar als je eenmaal de opstartfase voorbij bent, rendeert het prima, blijkt onder andere uit dit onderzoek van de HAS. “Dat komt omdat je als voedselbosboer geen kosten hebt voor bemesting, bestrijdingsmiddelen, fossiele brandstoffen of machines. En je hoeft ook niet elk jaar opnieuw te zaaien en te planten, zoals bij eenjarige gewassen wel het geval is”, legt Wouter uit. “Wel is het zo dat je pas na een jaar of zeven fatsoenlijke oogsten uit het bos haalt. Je kunt als reguliere boer dus prima overstappen, maar dan wel geleidelijk, door geregeld een paar nieuwe hectaren aan je voedselbos toe te voegen.”

Met Stichting Voedselbosbouw begeleidt Wouter agrariërs bij deze omschakeling. “We werken samen met boerenbedrijven die minimaal vijf hectaren voor minimaal twintig jaar als voedselbos willen inrichten”, legt hij uit. “Samen vragen we de benodigde vergunningen aan en maken we een ontwerp. Sommige boeren willen bijvoorbeeld inzetten op combinaties met ecologisch toerisme, dan is het leuk om veel zomerfruit te hebben. Anderen zien daar minder in, maar willen wel hun eigen appelcider of walnotenolie maken. In totaal zijn er zo’n honderd soorten die winterhard en ziekteresistent zijn, een goede oogst geven, lekker smaken en in een Nederlands voedselbos floreren, zo hebben wij op Ketelbroek ontdekt. Dus wat je ook wil, er zijn altijd genoeg mogelijkheden.”

Voedselbos Ketelbroek Wouter van Eck
Voedselbos Ketelbroek Wouter van Eck

Regeneratieve subsidies

Via de Green Deal Voedselbossen is inmiddels geregeld dat boeren die overschakelen op voedselbosbouw hun subsidie per hectare behouden. Een stap in de goede richting, ziet Wouter, maar het is nog niet genoeg: “Als boeren bomen planten, het organisch stofgehalte in hun bodem verhogen of de natuur op hun land doen terugkeren, krijgen ze daar nog geen beloning voor. Terwijl de overheid wel jaarlijks 900 miljoen euro aan de landbouwsector overmaakt en zo de bio-industrie en monoculturen in stand houdt”, zegt Wouter perplex. “We moeten agrariërs financieel steunen in de transitie ten goede, door de beleidsdoelen van de overheid te koppelen aan een subsidieprogramma dat die doelen mogelijk maakt.”

Ecologische dienstbaarheid

Sinds Wouter dagelijks met voedselbossen bezig is, is zijn mentaliteit veranderd. “De eerste twee jaar zit je nog te veel in het oude stramien en wil je beheersen. Je ziet luizen en rupsen op de pruimen en denkt: ik moet optreden, bijvoorbeeld met een biologisch bestrijdingsmiddel zoals groene zeep. Maar als je de luizen en de rupsen doodt, zullen de lieveheersbeestjes en de insectenetende vogels nooit arriveren. Je hebt de plaag nodig, want dan komen de predatoren”, vertelt hij. “Dat heb ik inmiddels wel geleerd: iedere keer als je je zorgen maakt, komt de natuur met een positief antwoord. Daardoor word je minder fel op dat alles steriel en kaal zou moeten zijn. Landbouw is niet van plastic. Zo moet het ook niet ogen.”

Tekst door: Nadine Maarhuis
Fotografie door: Sabine Rovers & Bodemzicht