VanHier

Klaske Postma

Activiteiten:Regeneratieve landbouw & biobased bouwen

Initiatiefnemer:Klaske Postma

Start:2021

Plaats:Loosdrecht

Tekst Marije Remmelink Fotografie Gabriela Hengeveld Gepubliceerd 29 mei 2024 Leestijd 6 minuten

Introductie

Dertig jaar geleden bouwde een jong Fries meisje hutten van takken, lisdodde en gemaaid riet dat ze rondom de boerderij van haar ouders vond. Niet met behulp van filmpjes op YouTube, maar door zelf te ontdekken hoe ze met natuurlijke materialen kon werken. Wie had gedacht dat Klaske Postma jaren later VanHier zou oprichten, dat bouwmaterialen van natuurlijke grondstoffen maakt? “Pas nu ik bijna veertig ben, besef ik dat wat ik nu doe, ik al deed als kind.”

biobased bouwen Van dit gemaaide riet maakt Klaske Postma bouwmaterialen. Fotograaf: Gabriele Hengeveld

Er is een klimaatrprobleem, een stikstofprobleem en een biodiversiteitsprobleem. Terwijl we een enorm tekort aan huizen hebben, zit de bouw compleet op slot door stikstof-restricties. Die restricties zijn niet zo vreemd: de bouwsector is verantwoordelijk voor circa 38 procent van de globale CO2-emissies. En alleen al in Nederland belandt ieder jaar zo’n 700 miljoen kilo aan vezelplaten – die je vrijwel in iedere vloer, muur of meubel vindt en vaak moeilijk te recyclen zijn – op de afvalberg. Tegelijkertijd worden natuurlijke reststromen, zoals gemaaid riet, verbrand of gecomposteerd. “Kunnen we dat rietmaaisel niet wat meer waarde geven en er iets van maken, zodat de CO2 wordt opgeslagen en ‘reststromen’ waarde krijgen?”, vroeg Klaske Postma zich af. Het antwoord is: ja, dat kan, ontdekte ze. Tenminste: als je niet tegen, maar mét de natuur samenwerkt.

Uitgelichte quote

Biobased materialen verminderen stikstof, slaan koolstof op en zijn goed voor biodiversiteit

Biobased bouwen

Met haar bedrijf VanHier maakt Klaske van lokale natuurlijke reststromen en snelgroeiende gewassen plaatmateriaal, dat kan worden ingezet voor meubels, maar ook als volwaardig bouwmateriaal. Zo verwerkt het bedrijf bermgras, lisdodde en riet dat wordt gemaaid door Waterschappen en Natuurmonumenten. Op die manier kan bouwmateriaal gewoon uit de natuur gehaald worden, in plaats van dat het via allerlei vervuilende processen geproduceerd wordt. Ook werkt Klaske samen met boeren die tegelijkertijd voedsel én grondstoffen voor (bouw)materialen telen. 

Biobased bouwen heeft een enorme potentie: voor boer, bouw en milieu. “Als we meer biobased materialen en minder vervuilende materialen gaan gebruiken, kunnen we stikstofuitstoot verminderen, koolstof opslaan en biodiversiteit een boost geven. We werken dan tegelijkertijd aan het klimaatprobleem, het stikstofprobleem en het biodiversiteitsprobleem”, legt Klaske uit. “Met VanHier willen we daarnaast bijdragen aan het verdienmodel van boeren, door ze de mogelijkheid geven om zelf productie-units te bouwen. Dan kan een boer die een lege koeienstal heeft staan, daar platen gaan maken. Want zodra boeren voor bord én bouw gaan telen, ontstaat er nieuw perspectief, ook voor de regeneratieve landbouwtransitie.”

lisdodde biobased bouwen Ook lisdodde is een biobased materiaal. Fotograaf: Gabriela Hengeveld
Eén van de biobased platen die Klaske Postma maakt. Fotograaf: Gabriela Hengeveld

Voedsel én bouwmateriaal

Soms dient één gewas zelfs twee doelen, zoals het graangewas sorghum. “We hebben samen met een boer besloten dat hij het bovenste deel er al in oktober afhaalt, dat is voor consumptie. Het onderste deel, de stelen en de bladeren, kunnen beter later geoogst worden, want dan zijn ze droger. Als je dat al in oktober oogst, moet er waarschijnlijk nog een droogbewerking overheen, dat kost energie en wil je voorkomen.” Het voorbeeld typeert Klaske’s manier van samenwerken: de boer is en blijft de expert op het gebied van gewasteelt, Klaske weet hoe je van dat gewas een bouwmateriaal maakt. 

Uitgelichte quote

De meeste boeren die gifvrij en regeneratief werken, doen dat vanuit hun hart
biobased bouwen Biobased materialen zijn pas echt gezond voor de natuur, als ze ook gifvrij zijn. Fotograaf: Gabriela Hengeveld

Toch is het produceren van bouwmaterialen die enkel natuurlijk zijn niet genoeg. Het is ook van belang dat we dit zonder pesticiden doen. Want we kunnen deze chemicaliën wel heel onschuldig ‘gewasbeschermers’ noemen, maar veel landbouwgif – want dat is het – doodt insecten en het water- en bodemleven, vernietigt biodiversiteit en wordt in verband gebracht met kanker en de ziekte van Parkinson. Klaske werkt daarom alleen samen met boeren die al biologisch of regeneratief telen, of dat op korte termijn van plan zijn. “Sommige boeren zijn het eerste jaar onzeker, en gebruiken dan nog heel minimaal een middel tegen onkruid. We zien vaak dat ze daar snel vanaf stappen. Dat is oké, het hoeft niet direct perfect te zijn. De intentie om biologisch of regeneratief te telen, is er vaak al wel. Ze passen strokenteelt toe en zaaien de akkerranden in met inheemse kruiden.”

Omdat Klaske vaak op de boerderijen komt, ziet ze wat wel en wat niet werkt. En dat deelt ze weer met andere boeren. “Het mooie is dat er tussen de boeren waarmee we samenwerken geen concurrentiestrijd is”, benadrukt ze. “De meeste boeren die gifvrij en regeneratief werken, doen dat vanuit hun hart. Het is hun intrinsieke drive. Dit wordt doorgetrokken naar de maakindustrie, waarbij steeds meer ondernemers op een regeneratieve manier gaan produceren.”

Uitgelichte quote

Vervuilende materialen zijn nog altijd goedkoper. Dat maakt het lastig concurreren

Uitdagingen

Voedsel en bouwmateriaal verbouwen, reststromen gebruiken, CO2 opslaan, werken aan een betere toekomst. Het klinkt zo logisch dat het wel een succes zou moeten zijn. Toch is alles nog geen rozengeur en maneschijn, deelt Klaske. “We krijgen vaak te horen dat onze platen kostbaar zijn. Vervuilende materialen kosten inderdaad minder geld, maar – terwijl zij schadelijk zijn voor de Aarde – maken wij positieve CO2-impact. Onze ecosysteemdiensten worden nergens meegerekend, dat maakt het lastig om te concurreren met goedkope en vervuilende materialen uit bijvoorbeeld China. Als je de prijs zou berekenen middels true pricing (de marktprijs plus de sociale en milieukosten die tijdens de productie gemaakt worden), komen wij veel voordeliger uit. CO2-uitstoot kost dan geld en CO2-opslag wordt juist beloond. Dat zou ons echt helpen.”

“Mensen moeten daarnaast beseffen dat we in Nederland geen vezelplaat-productie meer hebben”, gaat Klaske verder. “Er zijn wel boeren die vezels telen, maar die worden dan voor verwerking naar andere landen getransporteerd. Zo maakt je product veel kilometers (en dus CO2-uitstoot) en het maakt je afhankelijk van andere landen.” 

Klaske Postma ziet een toekomst die biobased, lokaal en modulair is. Fotograaf: Gabriela Hengeveld

Transitie naar biobased bouwen

“Hoe ik de toekomst voor me zie? Je stapt af van dat grote, industriële en ver weg geproduceerde en gaat naar kleinschalig, lokaal en modulair”, deelt Klaske. “Zodat als je iets wilt verbouwen, je het niet hoeft te strippen, het materiaal weggooit en nieuw materiaal koopt, maar je het materiaal dat je al hebt kunt hergebruiken. Dat is een andere manier van bouwen waar steeds meer aandacht voor is. Door samen te werken met boeren, bouwers en architecten kunnen we aan deze transitie bijdragen.”        

Op zoek naar meer verhalen over regeneratieve pioniers? Je vindt ze op deze pagina