De Stem: “Het is een kans om landbouw en natuur opnieuw met elkaar te verbinden”
Zo’n 85 tot 95 procent van onze calorieën komt van eenjarige gewassen, zoals granen, aardappelen en groenten. Terwijl juist meerjarige planten de basis vormen van stabiele, veerkrachtige ecosystemen die steeds rijker worden aan leven. Voedselbosontwerper Iris Dautzenberg pleit daarom voor een fundamentele herinrichting van ons agrarisch landschap: “Als we echt met de natuur willen boeren, moeten we ons voedselsysteem grondig herzien.”
Een bosbrand, overstroming of hevige storm kan een ecosysteem terugbrengen tot een kale vlakte. Maar lang leeg blijft het nooit. Al snel verschijnen de eerste pioniers: eenjarige planten die razendsnel kiemen, groeien en zich verspreiden. Soorten als melde en klaproos bedekken de bodem en maken het landschap klaar voor meerjarige planten: eerst grassen, daarna struiken en uiteindelijk bomen. Zo ontstaat stap voor stap een stabiel, veerkrachtig ecosysteem dat steeds rijker wordt aan leven – en dat na de pioniersfase voor 95 tot 99 procent uit meerjarige planten bestaat.
Ons voedingspatroon laat vrijwel het omgekeerde zien. Zo’n 85 tot 95 procent van onze calorieën is afkomstig van eenjarige gewassen, zoals granen, aardappelen en groenten. Ook in de regeneratieve landbouw ligt de focus nog grotendeels op deze teelten. Regeneratieve boeren laten zien dat voedselproductie mogelijk is zonder kunstmest of bestrijdingsmiddelen. Ze herstellen bodems, vergroten biodiversiteit en tonen aan dat landbouw niet ten koste hoeft te gaan van natuur. Dat werk is essentieel en verdient alle waardering.
Tegelijk roept dit een fundamentele vraag op die nog te weinig wordt gesteld: waarom eten we vooral eenjarige gewassen, terwijl ecosystemen juist gedragen worden door meerjarige planten? Als we werkelijk met de natuur willen boeren, zouden we ons dan niet veel meer moeten richten op meerjarige teelten, zoals voedselbossen?
Uitgelichte quote
Het systeem begint elk voorjaar opnieuw, waardoor schimmelnetwerken zich maar beperkt kunnen opbouwen
Wat is een voedselbos?
Voedselbossen zijn een vorm van regeneratieve landbouw waarin voedsel wordt geproduceerd met meerjarige planten in verschillende lagen: van bomen en struiken tot kruiden en ondergrondse knollen. Ploegen, jaarlijkse bemesting en bestrijdingsmiddelen zijn daarbij niet nodig; in plaats daarvan staan een gezonde bodem en een natuurlijke balans tussen planten en plaagdieren centraal.
De beplanting bestaat uit een mix van inheemse en niet-inheemse soorten die goed gedijen in het lokale klimaat. Ze leveren voedsel of ondersteunen het systeem, terwijl wij oogsten van gewassen als appels, bessen, noten en bladgroenten.
Echte bodemopbouw vraagt om meerjarige systemen
Regeneratieve akkers met eenjarige gewassen laten zien dat landbouw het bodemleven kan herstellen. Permanente bodembedekking, beworteling en minimale grondbewerking zorgen ervoor dat micro-organismen terugkeren en de bodem weer tot leven komt. Dat is een enorme vooruitgang ten opzichte van de conventionele landbouw.
Tegelijk moeten we erkennen dat er een grens zit aan wat eenjarigen kunnen doen voor bodemontwikkeling. Het systeem begint elk voorjaar opnieuw, waardoor ondergrondse schimmelnetwerken zich maar beperkt kunnen opbouwen. De bodem blijft daardoor vooral gericht op snelle processen, in plaats van langdurige opbouw.
In voedselbossen wordt die natuurlijke ontwikkeling niet onderbroken. De bodem kan zich jaar na jaar verder doorontwikkelen en verschuift naar een systeem waarin schimmels een grotere rol spelen. Mycorrhizaschimmels vergroten het worteloppervlak van planten, helpen bij de opname van water en mineralen en verbinden bodemdeeltjes tot stabiele structuren. Zo verbetert de bodemstructuur, neemt het waterbergend vermogen toe en kan koolstof langer worden vastgelegd. Juist omdat de bodemkwaliteit al decennialang onder druk staat, zijn voedselbossen een waardevolle aanvulling op ons landbouwlandschap.
Als we de landbouw bovendien weerbaarder willen maken tegen droogte en extreme regenval, kunnen we niet om meerjarige systemen heen. Bomen en struiken brengen diepe wortels, schaduw en beschutting tegen wind in het landschap. Daardoor ontstaat een milder microklimaat, blijft water langer beschikbaar in droge periodes en kan hevige regen beter worden opgevangen.
Uitgelichte quote
Willen we de achteruitgang van soorten keren, dan moeten we ook ruimte maken voor opgaande natuur
Blijvende knooppunten van leven
Ook voor biodiversiteit boven de grond doen voedselbossen iets wat regeneratieve eenjarige teelten slechts tijdelijk kunnen: ze groeien uit tot blijvende knooppunten van leven in het landschap. Jaarrond vinden insecten, vogels en andere dieren er voedsel, water, nestgelegenheid en beschutting – terwijl eenjarige teelten dit alleen tijdens het groeiseizoen bieden.
Voor robuuste en veerkrachtige populaties is een samenhangend netwerk van dit soort knooppunten nodig. Veel kleine bestuivers kunnen immers maar beperkte afstanden afleggen; liggen voedselrijke plekken te ver uit elkaar, dan verandert het landschap in een reeks geïsoleerde eilanden. Voedselbossen kunnen de schakels vormen tussen die eilanden. Samen met eetbare tuinen, regeneratieve akkers en natuurlijke erven kunnen ze uitgroeien tot een fijnmazige ecologische infrastructuur tussen grotere natuurgebieden – en tegelijk een buffer vormen tussen kwetsbare natuur en industriële landbouwgrond.
Meer nutriënten op ons bord
Meerjarige teelten zijn niet alleen beter voor de bodem en biodiversiteit, maar ook voor onze gezondheid. Op dit moment leveren slechts zeventien eenjarige gewassen zo’n 90 procent van ons voedsel. De voedingswaarde daarvan – bijvoorbeeld van belangrijke mineralen – is de afgelopen decennia onder meer door bodemuitputting sterk afgenomen.
Landbouwsystemen die inzetten op bodemgezondheid laten zien dat het anders kan. Gewassen uit regeneratieve teelten bevatten vaak hogere concentraties micronutriënten dan producten uit de conventionele landbouw.
Meerjarige voedselsystemen zoals voedselbossen voegen daar nog iets aan toe: nieuwe soorten. Naast bekende gewassen als appels, rode bessen en walnoten kunnen voedselbossen ook minder gangbare, maar zeer voedzame soorten leveren, zoals honingbessen, blad van lindebomen of jonge scheuten van Chinese mahonie. Die grotere variatie maakt onze maaltijden niet alleen rijker, maar ook voedzamer.
Uitgelichte quote
Niet als vervanging van bestaande systemen, maar als een noodzakelijke aanvulling daarop
Beleid remt biodiversiteitsherstel
Ondanks de voordelen zit wet- en regelgeving voedselbossen vaak (onbedoeld) in de weg. In grote delen van Nederland, zoals de polders, het veenweidegebied en de zeekleigebieden in de noordelijke provincies, zijn bomen niet toegestaan: bestemmingsplannen schrijven daar een open landschap voor.
Die regels zijn begrijpelijk vanuit cultuurhistorie en de bescherming van weidevogels, maar houden ook een eenzijdig landschap in stand met weinig ruimte voor biodiversiteit. Willen we de achteruitgang van soorten keren, dan moeten we ook ruimte maken voor opgaande natuur. Dat hoeft overigens niet ten koste te gaan van weidevogels of het open landschap: met gerichte keuzes is er ruimte voor beide – voor voedselbossen op de ene plek, en voor hogere waterstanden en kruidenrijke graslanden op de andere.
Heel het land vol voedselbossen?
Voedselbossen staan nog aan het begin van hun ontwikkeling. De afgelopen vijftien jaar is veel kennis opgebouwd over bodem en beplanting; de volgende stap ligt in het ontwikkelen van oogst- en verwerkingsmethodes en het opbouwen van een afzetmarkt. Want al die nieuwe producten uit een voedselbos moeten uiteindelijk ook hun weg vinden naar de keuken van de consument.
Als we, zoals brancheorganisatie Voedsel uit het Bos voorstelt, in 2050 tien procent van het landbouwareaal inzetten voor voedselbossen, ligt er een flinke opgave. Maar het is ook een kans om landbouw en natuur opnieuw met elkaar te verbinden – niet als vervanging van bestaande systemen, maar als een noodzakelijke aanvulling daarop.
Op zoek naar het dichtstbijzijnde voedselbos? Neem een kijkje op onze kaart.
Wie is Iris Dautzenberg?
Iris Dautzenberg (1983) ontwerpt voedselbossen en eetbare tuinen voor particulieren en agrariërs. Na een carrière in de medische biotechnologie verruilde ze het laboratorium voor het landschap, gedreven door de wens bij te dragen aan een regeneratieve leefomgeving.
Met haar bedrijf Tasty Biotope werkt ze aan eetbare natuur waarin biodiversiteit, bodemopbouw en voedselproductie elkaar versterken. Daarnaast verzorgt ze lezingen, workshops en cursussen in haar voedselbostuin van 1.500 m² in het Zuid-Hollandse Stompwijk.