Merle Koomans van den Dries
Activiteiten:Biologische en coöperatieve supermarktketen
Start:1983
Plaats:Overal in Nederland
Introductie
In een voedselsysteem gedomineerd door machtsconcentratie, schaalvergroting en winstmaximalisatie, probeert Merle Koomans van den Dries met Odin een andere logica te bouwen. Niet extractie, maar relatie. Niet groei om de groei, maar investeren in bodem, biodiversiteit en gemeenschap. “Het gaat uiteindelijk over iets heel basaals: ons eten – en hoe we daarvoor zorgen.”
Merle Koomans van den Dries: “Wij leveren, samen met onze klanten, een bijdrage aan een gezondere maatschappij.” Fotograaf: Renata Chede
“Als je kijkt naar wat er in de supermarkt ligt, dan is het grootste deel ultrabewerkt. Er wordt ongelooflijk veel geknutseld – en aan dat knutselen wordt ook veel geld verdiend”, zegt Merle Koomans van den Dries, die sinds 2017 directeur is van Odin. “Dat zie je ook terug in de Quote 500: daar staan opvallend veel mensen in die hun vermogen hebben opgebouwd binnen het voedselsysteem – vaak ten koste van andere mensen, van dierenwelzijn en van de gezondheid van natuur en biodiversiteit.”
“Dat is de denkfout van het systeem: de aanname dat je onbeperkt kunt blijven aftappen, zonder dat het ooit stukloopt”, vervolgt Merle. Ze wijst op de bonussen van de top van Ahold Delhaize – die door een recente beleidswijziging kunnen stijgen van 7 naar 9,5 miljoen – en de dividenduitkering bij Jumbo, in totaal 72 miljoen. “Ik wil niemand persoonlijk aanvallen. Maar als je aan de ene kant zegt: we kunnen niet meer inzetten op biologisch en vers, want dan komen we niet uit, en je aan de andere kant dit soort bedragen uitkeert, dan is het wel de vraag waar je voor kiest om in te investeren.”
Uitgelichte quote
Boodschappen doen en mogen meebeslissen over het reilen en zeilen van de supermarkt
Odin
De biologische supermarktketen Odin pakt het al 42 jaar anders aan. “Destijds was biologisch allesbehalve vanzelfsprekend, en goed, vers voedsel lastig verkrijgbaar”, vertelt Merle. “Het idee achter Odin was om vraag en aanbod – van boer en afnemer – beter op elkaar af te stemmen, en daar als een soort dienstverlener tussen te staan.”
Odin begon als groothandel. “Op een gegeven moment hadden we zo’n 28.000 groentepakketten per week. Toen kwamen de winkels: een paar speciaalzaken die hulp nodig hadden. Ineens hadden we supermarkten, dat was rond 2000. Vanaf daar zijn we verder gaan bouwen.”
Inmiddels telt Odin veertig filialen en ruim 23.000 leden. “Dat zijn huishoudens – van eenpersoonshuishoudens tot grote gezinnen – die hun boodschappen bij ons doen en mogen meebeslissen over het reilen en zeilen van hun winkel en Odin in het geheel”, zegt Merle. “Dus het is niet alleen: ‘ik doe daar mijn boodschappen’, maar ook: ‘Ik heb er een stem in. Ik wil betrokken zijn.’”
Uitgelichte quote
Een bonus van 9,5 miljoen – dat zit er niet in
Eigenaarschap
“De leden zijn eigenaar van al onze activiteiten”, legt Merle uit. “Via de ledenraad bepalen zij hoe we ons geld uitgeven, waarin we investeren en welke koers we varen. Dat maakt het een bijzonder model: je kiest er bewust voor om met en namens zoveel mensen samen een bedrijf te leiden.”
Om het behapbaar te houden, bestaat de ledenraad uit afgevaardigden van verschillende groepen, waaronder medewerkers, boodschappendoeners en de stichtingen of verenigingen die kapitaal inbrengen. “De verhouding is zo dat de boodschappendoeners zeven vertegenwoordigers hebben, de medewerkers vijf en de kapitaalpartijen drie – waardoor kapitaal nooit de overhand krijgt.”
Omdat de missie van Odin – dat als coöperatie ook steward-owned is – in alles leidend blijft, is ‘aftappen’ hier geen uitgangspunt. “Stel dat het geld ooit tegen de plinten klotst, dan zouden we eerder zeggen: kan de prijs in de winkel omlaag? Of kunnen we een extra boerderij kopen? Een bonus van 9,5 miljoen – dat zit er niet in. Wij doen niet aan bonussen.”
Uitgelichte quote
Wat je het afgelopen jaar bij de aardappelen zag, is dat er veel wordt gespeculeerd
Geen kostenpost, maar een investering in de toekomst
Op de coöperatieve boerderij van Odin in het Brabantse Oostelbeers, die in 2016 werd aankocht, wordt niet alleen geproduceerd, maar vooral veredeld en ontwikkeld.
“We telen bijvoorbeeld verfplanten voor textielkunstenaar Claudy Jongstra en werken aan een project om een oud ras boekweit weer op de kaart te zetten – en om boeren, vooral rondom Natura 2000-gebieden, te helpen dat gewas opnieuw duurzaam te verbouwen”, zegt Merle. “Het is echt een pionierende plek, voor alles wat nog in ontwikkeling is.”
Ook zaadveredeling maakt daar deel van uit: het selecteren en doorontwikkelen van robuuste gentechvrije biologische rassen die passen bij de lokale bodem en klimaatomstandigheden, waardoor kunstmest en chemische bestrijdingsmiddelen overbodig worden. “Op de jaarrekening staat het als kostenpost, maar ik zie het als een investering in de toekomst.”
Uitgelichte quote
We opereren binnen een economisch systeem dat we tegelijkertijd proberen te veranderen
Korte ketens
Om op de lange termijn verandering in het voedselsysteem te realiseren, is zekerheid essentieel – voor zowel boeren als supermarktketens. Daarom werkt Odin zoveel mogelijk met vaste telers en kopen ze rechtstreeks in, in Nederland maar ook in Italië en Spanje.
“Voor boeren is afzet-zekerheid cruciaal. Goede afspraken zijn de basis, en niet speculeren. Wat je het afgelopen jaar bijvoorbeeld bij aardappels zag, is dat er veel geteeld wordt zonder dat er een afspraak met afnemers onder ligt, met de gok op een goede prijs. Daardoor blijven er overschotten liggen, die vervolgens massaal worden gedumpt. Dat kan natuurlijk niet. Dus moet je samen tot toekomstbestendige afspraken komen – in goede én in minder gunstige tijden.”
Tegelijk is de praktijk weerbarstig. “Dit jaar was er ook een overschot aan kool. Dan melden telers zich – soms mensen van wie wij normaal geen kool afnemen – met de vraag of we kunnen helpen. Maar wij hebben al afspraken met andere telers, die ook meer kool hebben. Dat is een spanningsveld.”
“Soms zit het ook in de prijs,” vervolgt ze. “Een teler kijkt naar de markt, terwijl wij vragen: waar is die prijs op gebaseerd? Dat zijn interessante gesprekken, want je opereert binnen een economisch systeem dat je tegelijkertijd probeert te veranderen.”
Uitgelichte quote
Het excuus ‘mensen willen het niet’ – daar heb ik niet zoveel mee
True value
Die spanning raakt aan een fundamentelere vraag: hoe komt de prijs van voedsel eigenlijk tot stand?
“Wij pleiten al jaren voor 0 procent btw op biologisch”, zegt Merle, “want wij leveren, samen met onze klanten, een bijdrage aan een gezondere maatschappij. Daar zitten kosten aan vast – die betalen we ook gewoon. En daarbovenop komt nog een volle bak btw. Procentueel gezien worden we dus extra belast voor het feit dat we goede dingen doen.”
Volgens Merle is meer transparantie daarbij essentieel. “In Frankrijk zie je in sommige supermarkten welk deel van de prijs naar de teler gaat, welk deel naar andere partijen, en welk deel btw is. Dat is nog geen volledig beeld, maar het geeft wel inzicht.”
“Uiteindelijk zouden we veel meer naar ‘true pricing’ – of eigenlijk ‘true value’ – moeten kijken. Dan kom je automatisch uit bij ultrabewerkt voedsel. Want wat zit er eigenlijk voor waarde in het product dat uiteindelijk in zo’n zakje belandt? Als die kosten echt in het systeem terechtkomen, dan moeten bedrijven wel anders gaan werken.”
“Als retailer heb je een verantwoordelijkheid: jij bepaalt wat er in het schap ligt”, benadrukt Merle. “Het excuus ‘mensen willen het niet’ – daar heb ik niet zoveel mee, ik vind het altijd een beetje vluchtgedrag. Als je wilt dat er iets verandert, moet je een stap vooruit durven zetten. Anders schiet het niet op.”
Uitgelichte quote
In potentie zou alle landbouw regeneratief moeten zijn. Voor mij hoort daar wel bij: geen gif en geen kunstmest
Van macht naar verantwoordelijkheid
Volgens Merle hangt die verantwoordelijkheid nauw samen met hoe het voedselsysteem is ingericht. “Een van de problemen is dat er steeds meer machtsconcentratie ontstaat. Partijen nemen elkaar over, en uiteindelijk blijven er nog maar een paar spelers over die bepalen wat wij eten.”
“Tegelijk zie je wereldwijd dat het juist kleinere producenten zijn die voor een groot deel van de voedselvoorziening zorgen. Maar die kunnen nooit op gelijke voet onderhandelen met zulke grote partijen. Dat is geen gelijkwaardige verhouding. Voor ons zit de uitdaging er juist in om die samenwerking met kleinere partijen op te zoeken – en die diversiteit in stand te houden, in plaats van alleen maar met grote spelers te werken.”
Die kleinere spelers zorgen vaak ook beter voor bodem en biodiversiteit, zegt ze. “In potentie zou alle landbouw regeneratief moeten zijn. Dat zou de ambitie moeten zijn. Voor mij hoort daar wel bij: geen gif en geen kunstmest – dat zijn randvoorwaarden. Regeneratief en tegelijkertijd insecten doodspuiten, dat klopt voor mij niet. Biologisch én regeneratief, dus. Dat zou je eigenlijk overal moeten willen. Het is beter voor de bodem, voor vogels, insecten en bodemleven – en uiteindelijk ook voor onszelf.”
Uitgelichte quote
Het gaat gewoon over mijn eten – iets wat ik elke dag doe
Toekomst
Over twintig jaar hoopt Merle dat het bedrijfsmatige deel van Odin – “het voertuig dat we gebruiken om onze missie te realiseren” – zich verder heeft ontwikkeld en is gegroeid, zodat het zijn rol nog beter kan vervullen. “Tegelijk willen we een groter verschil maken op de thema’s die voor ons belangrijk zijn: biodiversiteit, gifvrije landbouw, het stoppen van gentech. Dat zijn onderwerpen die verder reiken dan Odin zelf: ze raken het hele voedselsysteem. Juist daarin willen we mensen inspireren – laten zien dat het anders kan.”
“Dus meer naar buiten, meer mensen bereiken, en hen de moed geven om stappen te zetten. Dat ze denken: hé, dit kan ik ook. Of: het is eigenlijk helemaal niet zo ingewikkeld. Het gaat gewoon over mijn eten – iets wat ik elke dag doe.”
Ook bijdragen aan een groen en gezond voedselsysteem? Op onze kaart vind je honderden regeneratieve boeren, tuinders, winkels en andere initiatieven.







