Money talks: waarom regeneratie de taal van de financiële wereld moet leren spreken
Al meer dan vijftien jaar wijzen Koen van Seijen en Antonella Ilaria Totaro erop dat regeneratie niet zonder de financiële wereld kan. Kapitaal is een krachtig middel – dat lange tijd vooral is ingezet binnen extractieve systemen. In dit gastartikel onderzoeken zij welke financiële voorwaarden nodig zijn om regeneratie op grotere schaal mogelijk te maken. “We hebben kapitaal nodig dat zich gedraagt als een goede voorouder.”
De komende vijf tot tien jaar staat de landbouw- en voedselindustrie voor een ingrijpende opgave. Er moeten miljoenen bomen worden geplant, composteer-ketens opgeschaald, elektrische tractoren ingezet en grote oppervlakten landbouwgrond omgeschakeld naar andere vormen van beheer. Tegelijk moeten talloze nieuwe, regeneratieve voedselbedrijven van de grond komen. Dat alles vraagt om mensen – om kennis, vakmanschap, ondernemerschap en geld.
Juist daar wringt het. Wie kijkt naar de financiering van deze transitie, ziet dat filantropie en subsidies tekortschieten. De beschikbare middelen zijn eenvoudigweg te beperkt om de omschakeling naar regeneratieve voedsel- en landbouwsystemen mogelijk te maken op de schaal en snelheid die de huidige ecologische crisis vereist.
Uitgelichte quote
We hebben veel meer geld nodig dat richting regeneratie stroomt
Geld is een instrument – net als vuur, dieren of technologie
Geld kan vernietigen, maar ook opbouwen. Het is een vorm van opgeslagen energie – ooit zelfs letterlijk, in de vorm van fossiele brandstoffen. Het overgrote deel van het kapitaal dat vandaag circuleert, is ontstaan binnen extractieve systemen en heeft die lange tijd versterkt.
Juist daarin is de extractieve economie uiterst effectief gebleken: zij weet geld doelgericht in te zetten als instrument. De regeneratieve beweging is daar tot nu toe veel minder bedreven in. Dat vraagt niet om een leger aan financieel gedreven boekhouders, maar wel om een fundamentele verschuiving in kapitaalstromen.
Want wie de ecologische crisis serieus neemt, kan niet om investeringen heen. Subsidies en filantropie zijn belangrijk, maar verbleken bij de schaal waarop kapitaal in de financiële markten wordt gecreëerd en ingezet. Filantropie alleen – wereldwijd circa 2,3 miljard dollar per jaar – is onvoldoende om de transformatie te dragen die regeneratie vraagt.
Uitgelichte quote
Filantropie alleen is onvoldoende om de transformatie te dragen
"Financiering is geen keuze, maar een randvoorwaarde." Fotograaf: Gabriela Hengeveld
Koen van Seijen verdiept zich al meer dan vijftien jaar in regeneratie en de financiële sector. Fotograaf: Gabriela Hengeveld
Op dit moment bedraagt de wereldwijde financiering voor regeneratieve en agro-ecologische benaderingen – publiek, privaat en filantropisch samen – naar schatting zo’n 44 miljard dollar per jaar. Daarvan komt slechts 300 tot 700 miljoen dollar uit filantropie. Tegelijkertijd schatten verschillende studies de jaarlijkse kosten van de mondiale transitie naar regeneratieve landbouw op 200 tot 450 miljard dollar, ten minste voor het komende decennium. De huidige geldstromen blijven daarmee steken op ongeveer een tiende van wat nodig is.
Wil regeneratie doorgroeien van veelbelovende pilots naar impact op planetaire schaal, dan is financiering geen keuze maar een randvoorwaarde. Het is het enige systeem dat in staat is om deze schaal mogelijk te maken.
Binnen de regeneratieve beweging bestaat echter verdeeldheid over de vraag of samenwerking met het huidige, grotendeels extractieve, financiële systeem wenselijk is, of dat alle energie moet gaan naar het volledig herontwerpen van financiering in dienst van natuur en leven. Dat laatste is noodzakelijk, maar ook complex en tijdrovend. Die tijd ontbreekt. En precies daar ontstaat de spanning.
Uitgelichte quote
Hebben we op dit moment realistische rendementsverwachtingen in de regeneratieve landbouw?
Investeringen vragen om rendement
Een belangrijk deel van deze spanning draait om rendement. Investeringen vragen nu eenmaal om rendement. Negen jaar geleden bracht impact investeerder Sallie Calhoun dat spanningsveld scherp onder woorden:
“We behaalden marktconforme rendementen in een extractief systeem, en het lijkt onwaarschijnlijk dat we diezelfde rendementen kunnen realiseren terwijl we dat systeem herstellen – zeker in de beginfase. Als we eenmaal verder zijn op het pad van regeneratie, zouden de rendementen zelfs hoger kunnen uitvallen dan in het extractieve systeem. Maar dat is (A) een theorie en (B) er zit waarschijnlijk een vertraging in, waarvan niemand weet hoe lang die duurt. Hebben we op dit moment realistische rendementsverwachtingen in de regeneratieve landbouw? Waarschijnlijk niet, als we uitgaan van wat doorgaans als marktrendement geldt.”
Mark Lewis, managing partner bij Trailhead Capital, kijkt juist naar de kansen die een gedegradeerde wereld biedt. In een verarmd systeem, stelt hij, kunnen in de regeneratiefase hoge rendementen worden gerealiseerd, die op langere termijn weer afvlakken. Volgens Lewis “zijn er kansen voor voedsel- en landbouwbedrijven om binnen relatief korte tijd door te groeien naar waarderingen van honderden miljarden dollars.”
Uitgelichte quote
Veel boeren hebben vooral ervaring met banken die geen goede partners bleken
Zodra het over regeneratieve financiering en investeringen gaat, komt onvermijdelijk het rendement ter sprake – de stemmen uit de ‘alles-is-geld’-hoek laten zich al snel horen. Onze stelling is helder: ja, het is mogelijk om met investeringen in regeneratieve voedsel- en landbouwsystemen risico-gecorrigeerde rendementen te behalen. Mits goed uitgevoerd zou investeren in het voedselsysteem van de toekomst juist mínder risico moeten kennen dan investeren in het huidige, vastgelopen systeem. Maar het succes hangt sterk af van de context: de gekozen tijdshorizon, de duur van de transitie en de diepte van de onvermijdelijke dip.
Dit vergt een fundamentele mentaliteitsverandering: weg van snelle, extractieve rendementen. Zoals Sallie Calhoun benadrukte, is er een schuld opgebouwd die eerst moet worden ingelost. Dat vraagt om afstand nemen van de logica van snelheid en maximale extractie.
Tegelijkertijd heeft de regeneratieve beweging een bijna reflexmatige afkeer ontwikkeld van de financiële wereld – en daar zijn goede redenen voor. Voor veel boeren betekende ‘financiering’ de afgelopen decennia vooral afhankelijkheid van banken die zich, voorzichtig gezegd, zelden als bondgenoot opstelden. Toch is het, juist gezien de omvang van de huidige crises, een misvatting om financiële markten volledig als vijand te blijven zien. Wij onderscheiden twee mogelijke routes vooruit.
Uitgelichte quote
We hebben kapitaal nodig dat zich gedraagt als een goede voorouder
Het financiële systeem herontwerpen
De eerste route is het herontwerpen van het financiële systeem, zodat het niet langer tegen maar vóór regeneratie en al het leven op deze planeet werkt. Dat vraagt om uitzonderlijk flexibel, katalyserend filantropisch kapitaal. Kapitaal dat zich gedraagt als een ‘goede voorouder’: impact-gedreven, niet gestuurd door kortetermijnrendement.
Dit soort kapitaal is per definitie schaars. Het aantal werkelijk vooruitdenkende financiers is beperkt. Juist daarom moet dit geld worden ingezet waar het verschil het grootst kan zijn: bij radicale, ambitieuze en potentieel transformerende experimenten. We hebben de verantwoordelijkheid om financiering opnieuw vorm te geven ten dienste van natuur en leven. Dat gebeurt ook al – vaak op indrukwekkende wijze, zoals bij stichting Lenteland – maar voorlopig blijft het kleinschalig en niche. De effecten zullen zich vooral op de langere termijn laten zien. Realistisch gezien duurt het minstens vijf tot tien jaar voordat dit tot substantiële schaal leidt, tenzij grote klimaat schokken of maatschappelijke ontwrichting de veranderingen versnellen. Je kunt dit zien als het financiële systeem laten meebewegen met de logica van natuur en regeneratie – en dat betekent onvermijdelijk dat het systeem zelf moet veranderen.
"Hier ligt de kans om op te schalen en honderden miljoenen – zo niet miljarden – aan het werk te zetten." Fotograaf: Gabriela Hengeveld
Fotograaf: Gabriela Hengeveld
Uitgelichte quote
Regeneratie is een investering, geen kostenpost
Zoals Sonja Stuchtey, medeoprichter van The Landbanking Group, ons vertelde: “Als we echt grote hoeveelheden institutioneel kapitaal willen mobiliseren, moeten we verder gaan dan grote projecten alleen, en oplossingen bieden die aansluiten bij de behoefte aan risicospreiding. Dat was vóór onze pilots simpelweg niet mogelijk.” The Landbanking Group probeert via pilots miljarden richting regeneratie te laten stromen, door accountants ervan te overtuigen dat regeneratie een investering is, geen kostenpost.
Het bestaande systeem inzetten waar het nu al werkt
Parallel aan het herontwerpen van het financiële systeem is er een tweede route: het bestaande systeem inzetten waar het nu al werkt. Denk aan het zo snel mogelijk aanplanten van productieve bomen met investeringskapitaal. Binnen regeneratie bestaan tal van niches waarin het huidige financiële stelsel – met relatief beperkte aanpassingen – goed uit de voeten kan.
Met de Investing in Regenerative Agriculture and Food Podcast belichten we al jaren mensen en bedrijven die laten zien dat regeneratieve landbouw financieel aantrekkelijk kan zijn. In Brazilië zagen we met Philip Kauders, oprichter van Courageous Land, overtuigend bewijs dat agroforestry daadwerkelijk investeerbaar is, onderbouwd met praktijkdata van boeren, coöperaties en investeerders.
Dat riep een logische vervolgvraag op: als het in Brazilië kan, wat is er dan nodig om de rest van de wereld te overtuigen? Matt Schmitt prikkelde ons om financieringsmechanismen opnieuw te doordenken, terwijl Paul McMahon inzichtelijk maakte waarom regeneratieve bosbouw kan fungeren als ‘gateway drug’ voor institutionele investeerders in natuurlijk kapitaal.
Juist hier ligt de kans om op te schalen en honderden miljoenen – zo niet miljarden – aan het werk te zetten. Maar ook dit gaat gepaard met spanning.
Uitgelichte quote
Veel oprichters en boeren zien het kortetermijndenken van kapitaal als een groot obstakel
"Fondsen met een looptijd van tien jaar de norm. Maar voor landbouwgrond is dat een oogwenk." Fotograaf: Gabriela Hengeveld
Fotograaf: Gabriela Hengeveld
Geduldig kapitaal
Kijk naar fondsstructuren. In venture capital zijn fondsen met een looptijd van tien jaar de norm. Maar voor landbouwgrond is dat een oogwenk. Bodems hebben tijd nodig om te herstellen, ecosystemen om volwassen te worden. Regeneratie kan relatief snel op gang komen, maar tien jaar is doorgaans onvoldoende om investeringen terug te verdienen – laat staan om substantiële rendementen te realiseren. In dat licht liepen we onlangs mee over het land van La Junquera met Alfonso Chico de Guzman, die pleit voor ‘geduldig kapitaal’: als financieringstermijnen beter zouden aansluiten bij ecologische tijdschalen, zouden veel meer boeren kunnen overstappen van extractieve eenjarige teelten naar levende systemen die zichzelf bedruipen.
Waarom bestaan er dan zo weinig evergreen-fondsen, met looptijden van 25, 50 of zelfs 300 jaar? Omdat investeerders daar historisch terughoudend tegenover staan en dergelijke structuren simpelweg minder kapitaal aantrekken. Dat het niet onmogelijk is, bewijst bijvoorbeeld Planetary Impact Ventures. Maar de groep investeerders die bereid is om zo lang vooruit te kijken, blijft vooralsnog klein.
Uitgelichte quote
Waarom zijn er niet meer landbouwfondsen met een looptijd van 25, 50 of zelfs 300 jaar?
Het Three Horizons-raamwerk
Hier is het Three Horizons-raamwerk behulpzaam. In het denken over systeemverandering is dit een strategisch instrument om innovatie en transitie te duiden. Het onderscheidt initiatieven langs drie tijdshorizonten:
- Horizon 1: het huidige systeem
- Horizon 2: overgangsmodellen
- Horizon 3: de gewenste toekomst
De hierboven beschreven ‘eerste route’ – het volledig herdenken van financiering – is duidelijk Horizon 3-werk. Een treffend voorbeeld is het antwoord dat Charles Eisenstein gaf op onze ‘miljard-dollarvraag’. “Als ik een miljard dollar had, zou ik investeren in jonge boeren, hen aan land helpen, dat land aankopen en het vervolgens beschikbaar stellen via een hypotheek onder de marktprijs, op voorwaarde dat zij regeneratieve praktijken toepassen. Met een vorm van verantwoording die niet alleen is gebaseerd op meetbare indicatoren, maar ook op de kracht en samenhang van de gemeenschap.”
Uitgelichte quote
We houden iets in leven dat eigenlijk zou moeten verdwijnen
Wat wij als de tweede route beschreven – het inzetten van het huidige financiële systeem daar waar het al past – valt grotendeels onder Horizon 2. Maar ook binnen Horizon 2 is onderscheid nodig. Er is Horizon 2+ en Horizon 2–. Die laatste categorie, Horizon 2–, verlengt het bestaande systeem nog een tijdje. Een klassiek voorbeeld is biogas bij grootschalige industriële veehouderij. Ja, mest kan worden gebruikt om hernieuwbare energie en warmte op te wekken, wat op zichzelf positief is. Maar tegelijkertijd wordt een ongewenst systeem versterkt: industriële veehouderijen kunnen langer blijven bestaan omdat ze extra inkomsten, marge en cashflow genereren. We houden zo iets in leven dat eigenlijk zou moeten verdwijnen – samen met veel bedrijven in de voedsel- en landbouwsector die mens en dier ziek en ongelukkig maken.
Fondsen die landbouwgrond aankopen en omschakelen naar regeneratief beheer zijn daarentegen een voorbeeld van Horizon 2+. Deze fondsen kopen conventionele landbouwgrond, begeleiden de transitie naar regeneratieve praktijken – zoals bodembedekking, diverse rotaties, extensieve begrazing en het vermijden van kunstmest en bestrijdingsmiddelen – en realiseren rendement via een combinatie van hogere opbrengsten, lagere kosten, waardestijging van grond en langlopende pachtcontracten met regeneratieve boeren. Ze passen binnen bestaande investeringsstructuren, spreken de taal van institutionele beleggers en kunnen opschalen naar honderden miljoenen. Tegelijkertijd breken ze actief met extractieve praktijken, in plaats van die te verlengen. Ze herontwerpen het voedselsysteem niet volledig – dat zou Horizon 3 zijn – maar buigen het bestaande systeem wel duidelijk richting regeneratie en maken Horizon 3 daarmee haalbaarder.
Andere voorbeelden van Horizon 2+ zijn regeneratieve ketenfinanciering – zoals het voorfinancieren van boeren die willen omschakelen, in ruil voor langjarige afnamecontracten met voedselmerken – grootschalige vervanging van kunstmest en pesticiden door biologische alternatieven, gefinancierd via reguliere groeikapitaalinvesteringen; de overstap van eenjarige monoculturen naar meerjarige teelten zoals boomgaarden, agroforestry of silvo pastorale systemen, ondersteund door langetermijn fondsen; of infrastructuur in het middensegment van de keten – verwerking, opslag en logistiek – die regeneratieve boeren toegang geeft tot markten, zonder dat consumentengedrag van de ene op de andere dag hoeft te veranderen.
Mismatch
Wat wij het lastigst vinden – en vaak ook het meest teleurstellend – is het vermengen van Horizon 3 projecten met Horizon 2 investeerders. Je ziet dan zeer ambitieuze Horizon 3 ondernemers, gericht op systeemverandering en maximale impact, die kapitaal proberen op te halen bij Horizon 2 investeerders. Die zijn traditioneler opgeleid en voelen zich ongemakkelijk bij grote onzekerheid en radicale verandering. Het is voor hen simpelweg te veel tegelijk.
Die mismatch werkt ook de andere kant op. Horizon 2 fondsen of projecten – bijvoorbeeld het aankopen van landbouwgrond en die binnen bestaande financiële structuren regeneratief beheren – proberen soms geld op te halen bij Horizon 3 investeerders. Die vinden zulke projecten vaak niet ambitieus genoeg in termen van systeemverandering, ook al leveren ze degelijk en aantoonbaar regeneratief werk.
Uitgelichte quote
Ik wil serieus genomen worden door institutionele investeerders
Eén van de gevolgen is dat Horizon 2 ondernemers geregeld hun bredere systeemambities temperen, om binnen de vertrouwde financiële ‘zwembanen’ te passen. Een treffend voorbeeld: Zo’n tien jaar geleden sprak Koen van Seijen met Tony Lovell, medeoprichter van Sustainable Land Management Partners. Zij runden destijds een begrazingsfonds in Australië dat land aankocht, het begrazingsbeheer aanpaste en het landschap zo beheerde dat er koolstof werd vastgelegd.
Wat opviel: in hun presentatie voor investeerders werd met geen woord gerept over bodemkoolstof. Op de vraag waarom niet, antwoordde Lovell: “Ik wil serieus genomen worden door institutionele investeerders.” Door te spreken over koolstof negativiteit of ecosysteemherstel vreesde hij in het Horizon 3 hokje te belanden – en daarmee zijn geloofwaardigheid te verliezen.
Horizon 2 investeerders raken gefrustreerd door Horizon 3 ondernemers die extreem ambitieus en katalyserend zijn in hun impact en systeemdenken. Tegelijk proberen Horizon 2 projecten – bedrijven, fondsen en strategieën – regeneratie zo ver mogelijk door te voeren, zolang het maar binnen bestaande financiële structuren past.
De sleutel is helderheid: wees expliciet over wat je ophaalt, bij wie, en voor welke horizon.
‘We hebben vijf tot tien jaar om cruciale bouwstenen te leggen’
Gezien de urgentie – we hebben vijf tot tien jaar om cruciale bouwstenen te leggen voor land- en oceaanbeheer, voedselsystemen en ecologische regeneratie – hebben we zowel investeringskapitaal als filantropie nodig, en beide horizons. Horizon 3, dat werkt met flexibel en katalyserend kapitaal. En Horizon 2+, om oplossingen op te schalen met bestaande financiële instrumenten, daar waar die al passen.
Maar die routes moeten we niet door elkaar halen.
Juist helderheid over verwachtingen en kapitaalbronnen maakt het mogelijk om regeneratie op te schalen, zonder ambitie te verwateren of ondernemers uit te putten.
Meer weten?
- Verken de Investing in Regenerative Agriculture and Food Podcast, waarin Koen meer dan 400 boeren, fondsmanagers, investeerders, wetenschappers, bedrijven en denkers heeft geïnterviewd die vooroplopen in regeneratief voedsel en financiering.
- Wil je leren hoe je kapitaal kunt inzetten om bodems op schaal te regenereren? Deze online videocursus biedt een praktisch stappenplan.
En mis deze boekenlijst niet – een selectie essentiële regeneratieve titels die Koen en Antonella de afgelopen jaren hebben samengesteld.
Over Antonella Ilaria Totaro
Antonella Ilaria Totaro (1985) is journalist en storyteller op het snijvlak van innovatie, voedsel en landbouw. Haar werk richt zich op de vraag: ‘Hoe kunnen circulaire en regeneratieve modellen de manier waarop we voedsel produceren, ermee werken, erin investeren en erover denken veranderen?’ Ze leidt de productie en communicatie van de Investing in Regenerative Agriculture and Food Podcast.
Als projectmanager bij RegenEarth draagt Antonella bij aan door de EU gefinancierde initiatieven. Ze promoveerde in Innovatie voor de Circulaire Economie aan de Universiteit van Turijn en werkt als schrijver en journalist voor uitgeverij Edizioni Ambiente en het tijdschrift Renewable Matter.
Over Koen van Seijen
Koen van Seijen (1986) is medeoprichter en host van de Investing in Regenerative Agriculture and Food Podcast. Sinds 2016 interviewde hij meer dan vierhonderd boeren, fondsmanagers, investeerders, opinieleiders, bedrijven en wetenschappers over hoe geld het beste kan worden ingezet om bodems, mensen, lokale gemeenschappen en ecosystemen te regenereren.
Naast de podcast werkt Koen als Relationship Manager EMEA bij Toniic, een wereldwijd netwerk van impact investeerders, en is hij medeoprichter van het investeringssyndicaat Generation-Re. Hij zet zich in voor het verbinden van kapitaal aan (smakelijke) klimaatoplossingen.

