De natuur op recept: “Het doet me duidelijk goed, deze stupid mental health walk”

natuur op recept
opinie

De natuur op recept:
“Het doet me duidelijk goed, deze stupid mental health walk”

Tekst Fleur Jongepier Fotografie Fleur Jongepier Gepubliceerd 6 augustus 2026 Leestijd 15 minuten

Ik tik het hek aan, buutvrij. Ik laat mijn krukken tegen het hek vallen, en kijk uit over de weide, de donkere wolken erachter, de formatie ganzen in de lucht, de rustig grazende koeien. Ik geloof dat ik ergens een kievit hoor. Ik zou me echt eens meer in vogels moeten verdiepen, bedenk ik me. Een gedachte die me vaker te binnen schiet en waar ik toch nooit iets mee doe. Ik vertel mezelf maar dat het z’n charme heeft, niet goed weten wat je hoort en ziet in de natuur. Een stukje onwetendheid vermomd als mysterie.

Het is een verademing om op een plek te staan met open uitzicht, na tien dagen op de bank te hebben gevegeteerd na een knieoperatie. Ik dacht vooraf dat ik vooral het bergwandelen zou missen, het klimmen, het alpinisme en alle andere fysieke activiteiten die ik graag onderneem (en die mijn kruisband om zeep hielpen). Een blokje om is normaal niet echt aan mij besteed. En ik mis het ook wel, al die fysieke uitsloverij, maar het is allemaal nog te onbereikbaar. Nu ik hier sta, heb ik vooral dit gemist: gewoon wat groen. Het doet me duidelijk goed, deze stupid mental health walk.

Maar wat voor goed doet het me eigenlijk? En wat is het precies dat me goed doet? De natuur, die eigenlijk geen natuur is, maar gewoon een agrarisch perceel? Is het die kievit die misschien een grutto is? Of is het gewoon dat ik van de bank af ben en niet aan mijn telefoon geplakt zit?

Uitgelichte quote

Dat groen ook goed is voor de mentale gezondheid begint steeds verder door te dringen
natuur op recept
Fotograaf: Fleur Jongepier
“Wat is het precies dat me goed doet? De natuur, die eigenlijk geen natuur is, maar gewoon een agrarisch perceel?” Fotograaf: Fleur Jongepier

Groen is goed

Natuur is goed voor je, dat weten we allemaal wel. Groen kan gezondheidsschade door luchtvervuiling, hitte en geluid beperken. En het heeft allerlei lichamelijke voordelen: van een lagere bloeddruk en een gezonder hart- en vaatstelsel tot betere slaap, meer beweging en een gezonder gewicht.

Dat groen daarnaast goed is voor de mentale gezondheid begint inmiddels ook steeds verder door te dringen, niet alleen in de wetenschap (waar er al langer over wordt geschreven), maar ook bij huisartsen en andere zorgverleners. In onder andere Engeland en Schotland zijn er ‘natuur op recept’ programma’s in de gezondheidszorg. In Nederland zijn we nog niet zo ver, maar wint het idee ook aan terrein. Zo is er het Groene GGZ-initiatief, en de organisatie Natuur op Recept die “natuur en groen een vanzelfsprekend onderdeel van de eerstelijnszorg – en daarmee van herstel, preventie en welzijn” wil maken.

Uitgelichte quote

Zelfs een kort bezoek aan een stadspark of bos vermindert gevoelens van stress

Harde cijfers?

Het begon ook duidelijk bij mij door te dringen, het belang van groen, leunend tegen dat hek bij het weiland met nog te determineren weidevogels. Ik had meer aandacht, had een rustige hartslag, en haalde dieper adem. Ik vergelijk mijn lichaam niet graag met een batterij, maar het voelde toch alsof ik mezelf zo uitkijkend over het groen wat kon opladen. De restoratieve kracht van de natuur, noemen onderzoekers dat.

Uit een Engelse studie blijkt dat mensen die in buurten wonen met meer groen, en waar meer vogels te zien zijn, minder ernstige klachten van depressie, angst en stress ervaren. En uit een veel geciteerde Amerikaanse studie blijkt dat mensen die anderhalf uur door de natuur wandelden, minder activiteit vertonen in ‘een hersengebied dat samenhangt met piekeren, een belangrijke risicofactor voor depressie’ dan mensen die een even lange wandeling maakten in een drukke stedelijke omgeving. Zelfs een kort bezoek aan een stadspark of bos vermindert gevoelens van stress, vergeleken met een wandeling door een drukke binnenstad, aldus een Finse studie. Ook wordt er inmiddels, zij het voorzichtig, onderzoek gedaan naar specifiek de impact van biodiversiteit op (mentale) gezondheid, al wordt vooral gemeld dat meer onderzoek nodig is.

Het belang van toegankelijke ‘natuur’ is van groot belang, vooral gezien het feit dat  meer dan de helft van de wereldbevolking inmiddels in stedelijke gebieden woont, wat naar verwachting in 2050 zal oplopen tot 70 procent. Een zorgelijk gegeven, vooral gezien psychische aandoeningen – zoals depressie, psychoses en angststoornissen – aanzienlijk vaker voorkomen in steden.

Ook met het oog op het piepende en krakende zorgstelsel, is er reden genoeg om hoopvol naar de beloftes van groen te kijken: één op de vier volwassenen heeft een psychische aandoening. De druk op de geestelijke gezondheidszorg zal de komende decennia alleen maar toenemen. Tegen 2060 zullen volgens het RIVM de uitgaven aan geestelijke gezondheidszorg vervijfvoudigd zijn.

Uitgelichte quote

Het is misschien een wat egocentrische reden tot natuurbescherming – alsof die alleen bescherming verdient als zij ons iets oplevert
Met 'natuur op recept' slaan we twee vliegen in één klap: we helpen onze eigen gezondheid en we beschermen de natuur. Fotograaf: Fleur Jongepier

No brainer?     

Het is dus een no brainer dat we ‘meer groen’ nodig hebben. Mooi, want dan slaan we twee vliegen in één klap: we helpen onze eigen gezondheid (en ons zorgstelsel), en we beschermen de natuur. 

Het is misschien een wat egocentrische reden tot natuurbescherming – alsof die alleen bescherming verdient als zij ons iets oplevert, zoals minder stress en depressies. Maar eerlijk is eerlijk, de mens is nu eenmaal wat egocentrisch aangelegd. Als ‘mensbescherming’ helpt voor meer natuurbescherming, dan so be it.

Tegelijkertijd komen er, na die ene no brainer, nog veel vraagtekens. Om te beginnen de vraag wat er onder ‘natuur’ moet worden verstaan die ons (mentaal) goed doet, wat meteen gevolgen heeft voor wat voor ‘natuur’ dan bescherming verdient. Veel studies draaien bijvoorbeeld om ‘green spaces’ (of ‘blue spaces’, verwijzend naar waterrijke omgevingen), waarmee doorgaans groene of blauwe ruimtes in stedelijk gebied worden bedoeld.

Uitgelichte quote

Een experiment onder studenten liet zien dat simpelweg 40 seconden op een scherm kijken naar groen hun concentratievermogen verbeterde
“Meer groen betekent niet automatisch meer natuur.” Fotograaf: Gabriela Hengeveld
natuur op recept Fotograaf: Fleur Jongepier

Groene schermtijd

Opvallend zijn vooral de studies die laten zien dat naar een scherm kijken waarop ‘groen’ te zien is evengoed al die voordelen met zich meebrengt dan daadwerkelijk in het groen te zijn. Een experiment onder 150 studenten liet zien dat simpelweg 40 seconden op een scherm kijken naar een groen dak met bloeiende planten hun concentratievermogen verbeterde en leidde tot minder aandachtsfouten dan wanneer ze moesten kijken naar een plaatje van een kaal betonnen dak. De auteurs schrijven: “De resultaten suggereren dat stedelijke natuur waardevol is voor gezonde steden en een gezonde werkomgeving.”

Ik krab aan mijn hoofd. Is dat inderdaad de conclusie? De conclusie kan ook zijn dat we allemaal beter een ‘40 seconds of nature’ app kunnen installeren die ons een paar keer per dag een groen dak laat zien, en we ons vervolgens weer meer opgeladen voelen. Misschien zegt dat experiment vooral iets over hoe breed het begrip ‘natuur’ inmiddels is geworden. Een groen dak, een stadspark en een eeuwenoud bos kunnen allemaal een positief effect hebben op ons welzijn, maar ecologisch gezien zijn ze heel verschillend. Meer groen betekent niet automatisch meer natuur: ook de kwaliteit en diversiteit van wat er leeft doen ertoe. De vraag is of dat er ook voor onze mentale gezondheid toe doet.

Uitgelichte quote

Het leek erop dat we een mooie twee-in-een strategie hadden om tegelijkertijd de Waddenzee, de Peel, de Oostvaardersplassen én onszelf te beschermen

Onnoemelijk veel variabelen

De vraag die hieraan voorafgaat is wat we onder ‘natuur’ moeten verstaan, en daarmee wat voor soort natuur ons goed doet. Want zelfs als we ‘digitaal groen’ terzijde schuiven, dan nog blijft er een groot spectrum over wat als ‘groen’ kan tellen. Het is begrijpelijk dat onderzoekers hun proefpersonen (lees: studenten aan een universiteit) niet naar een stuk ongerepte wildernis kunnen sturen, of zelfs maar de Waddeneilanden, om te kijken of ze meer of minder depressief worden. En dus vinden veel experimenten begrijpelijkerwijs plaats in een nabijgelegen stadspark. Stadsparken zijn onmisbaar, daar gaat het niet om. Maar wat vertellen zulke studies precies over of  ‘de natuur’ goed is voor ons mentale welzijn?

Mentale gezondheid is ontzettend complex, en heeft te maken heeft met onnoemelijk veel variabelen (genetica, karakter, therapie, medicatie, woonplaats, sociaal-economische status, werk, toevallige humeur van de dag, enzovoorts). Daarom is het nu eenmaal moeilijk om verbanden helder te krijgen tussen mentale gezondheid en natuur. Onderzoekers zijn dan ook vaak aangewezen op enquêtes die mensen zelf invullen over hoe ze zich bijvoorbeeld voelen na een korte wandeling. Wanneer het over ‘depressiviteit’ gaat, blijkt het vaak te gaan over of mensen zich meer of minder somber voelen – het gaat vaak niet over klinische depressiviteit.

Het leek erop dat we een mooie twee-in-een strategie hadden om tegelijkertijd de Waddenzee, de Peel, de Oostvaardersplassen én onszelf te beschermen. Arts blij, natuurbeschermer blij. Maar blijkbaar voelen wij ons vaak evengoed opgeladen na een blokje om in een karig stadsparkje met herriemakende parkieten. Of zelfs na een korte video daarvan op onze telefoon.

Uitgelichte quote

We moeten niet verwachten dat de doelen van natuurherstel netjes samenvallen met waar ook de grootste gezondheidswinst te behalen valt

En nu? 

Het is goed mogelijk, als je de wetenschap induikt, om wat sceptisch te worden over of ‘natuur’ werkelijk goed is voor onze mentale gezondheid. Of in elk geval sceptisch over de sterkere versie van die claim: dat juist de natuur die we moeten beschermen, zoals onze natuurgebieden en complexe ecosystemen, ook de natuur is waar wij zelf het meeste (mentaal) gezondheidsvoordeel van hebben. 

Ommetjes in stadsparken zullen ongetwijfeld meer positieve gezondheidseffecten brengen dan 40 seconden naar een groen dak kijken – dat valt nog wel hard te maken. Maar we moeten niet verwachten dat de doelen van natuurherstel netjes samenvallen met waar ook de grootste gezondheidswinst te behalen valt. Als het puur om mentale gezondheid gaat, zouden we misschien wel vooral zoveel mogelijk plantsoentjes moeten aanleggen en het stikstofprobleem kunnen laten voor wat het is. Ik vrees ook dat het zien of horen van de bedreigde grutto mij evenveel ‘restoratieve kracht’ geeft als een fuutje dat plots komt bovendrijven.

Uitgelichte quote

Het wordt al gauw ingewikkeld, omdat mentale gezondheid nu eenmaal ingewikkeld is
“We zouden die harde cijfers niet nodig moeten hebben om tot actie over te gaan.” Fotograaf: Fleur Jongepier

Twee verschillende vragen

We moeten de twee vragen dan ook uit elkaar trekken, een brede en een smalle. De eerste, smalle vraag is welke natuur precies welke (meetbare) effecten heeft in welke situaties, en welke conclusies we daaruit moeten trekken over verschillende facetten van onze mentale gezondheid. Dan wordt het al gauw ingewikkeld, omdat mentale gezondheid nu eenmaal ingewikkeld is. De tweede vraag is veel simpeler, maar ook fundamenteler: of ‘de natuur’ ons mentaal goed doet in de brede zin. Dat antwoord is ja, dat weten we, maar valt moeilijk in cijfers uit te drukken, en de vraag is of we dat eigenlijk wel zouden moeten willen. 

Ergens is het begrijpelijk dat we hard willen maken dat ‘groen’ goed is voor onze mentale gezondheid. Als we harde cijfers hebben over dat de natuur stress of depressiviteitsklachten verlaagt, hoe groter de kans dat zorgverleners, stadsplanners, politici enzovoorts er werk van maken. Op leuke anekdotes wordt immers zelden stevige actie ondernomen.

Tegelijkertijd is het ook gek, want het is geen nieuw inzicht dat de omgeving invloed heeft op hoe we ons voelen, en dat aan de stad ontsnappen vaak fijn is. We zouden die harde cijfers, met andere woorden, niet nodig moeten hebben om tot actie over te gaan. In het oude Griekenland was het Asklepieion van Epidaurus een van de bekendste genezingscentra. Het lag op een rustige heuvel, met uitzicht over het landschap, omringd door groen en met toegang tot helder water. En dat wisten ze allemaal zonder MRI-scanners en vragenlijsten.

Uitgelichte quote

Iedereen die weleens een grutto heeft gezien, ervoer iets waar een gemiddelde dosis citalopram of fluoxetine een puntje aan kan zuigen

“Veel van onze mooiste momenten zijn buiten” 

We kunnen zelfs de oude Grieken laten voor wat ze zijn, en gewoon kijken naar onze eigen ervaring. De één kan zich goed opladen door een rondje door het Vondelpark, een ander wordt miserabel als ze niet wekelijks uren over de Veluwe kan rennen, weer een ander is niet meer depressief sinds hij fanatiek vogelaar werd, een laatste figuur op krukken vergeet even haar pech en chagrijn terwijl ze over een weiland uitkijkt wanneer het zonlicht in de verte op de grazende koeien valt. 

Veel van onze mooiste momenten zijn buiten. Ik hoef geen studie te lezen om te weten dat ik zonder de natuur neerslachtig wordt, en ook niet om te weten dat met rolstoel of krukken naar de polder kunnen hobbelen wezenlijk is voor mijn mentale gezondheid. Het is voor mij trouwens ook geen vraag of er een verschil is in de waarde van een kort ommetje door de polder of dagenlang met een tent door de bergen banjeren. Ik heb beide nodig – het platte akkerland en de wildernis – en weet ook dat ze me beide iets anders geven. En als laatste: er zullen nooit harde cijfers komen over het verschil in waarde tussen het zien van een veelvoorkomend fuutje of de bedreigde grutto. En toch; iedereen die weleens een grutto (of de ransuil, de veldleeuwerik, de grote karekiet) heeft gezien (of mogelijk heeft gehoord) ervoer iets waar een gemiddelde dosis citalopram of fluoxetine een puntje aan kan zuigen.

Uitgelichte quote

We mogen wat meer loslaten dat de natuur waardevol – en het beschermen waard – is omdat de mens er beter van wordt
natuur op recept
“Door de natuur als ‘medicijn’ te zien riskeren we diezelfde natuur puur in dienst te stellen van ons eigen welzijn.” Fotograaf: Fleur Jongepier
Vogels
Fotograaf: Fleur Jongepier

Natuurbescherming

Dat is misschien wel de krachtigste reden waarom de natuur ons aan het hart gaat: de waarde van ‘groen’ is voor ons op persoonlijk niveau duidelijk. Toch is het ook precies waar een valkuil schuilt. Want als natuur vooral waarde krijgt omdat zij ons helpt, troost of gezonder maakt, maken we haar al gauw ondergeschikt aan onze eigen behoeften. We mogen dan ook wat meer loslaten dat de natuur waardevol – en het beschermen waard – is omdat de mens er beter van wordt. De grutto moet niet beschermd worden omdat het mensen die een langdurige knierevalidatie doormaken wat lichtheid zou brengen. De natuur doet ons goed, en dat is een geweldig gegeven. Maar door de natuur al te veel als ‘medicijn’ te zien riskeren we ook diezelfde natuur puur in dienst te stellen van ons eigen welzijn.

Ongetwijfeld zal de wetenschap de grillige relatie tussen ‘de natuur’ en onze mentale gezondheid steeds verder ontrafelen. Maar ook als de cijfers waarop we misschien naïevelijk hopen nooit komen, verandert dat niets aan twee eenvoudige feiten: de natuur doet ons goed. En zij verdient onze bescherming. (En niet alleen om het feit dat ze ons goed doet.)

Troosten

Ik pak mijn krukken weer op, begin aan de weg terug. Nog steeds weet ik niet welke vogel ik hoor. Ik overweeg om het geluid op te nemen en door mijn vogelgeluiden app te halen. Ergens wil ik het weten, maar ik laat het, ik hoef niet alles te weten.