Jeroen Helmer: “Het gras herinnert zich het paard”

Jeroen Helmer: “Het gras herinnert zich het paard”

Tekst Jeroen Helmer Fotografie Eva Broekema Gepubliceerd 20 juli 2026 Leestijd 11 minuten

“Het gras herinnert zich het paard”

“Het is alsof ruimte bieden aan natuurlijke processen de boel wakker schudt”, schrijft illustrator en natuuronderzoeker Jeroen Helmer. In dit gastartikel laat hij zien hoe rewilding het ecologisch geheugen van landschappen doet opleven – en waarom de terugkeer van grote grazers, roofdieren en natuurlijke processen cruciaal is voor het herstel van biodiversiteit.

In het voorjaarsbriesje wuift het fluitenkruid mee met het gras. Met zijn grote witte bloemschermen lokt het vlinders, bijen en zweefvliegen voor de bestuiving van zijn bloemen. Het probeert het gras voorbij te groeien, zodat de insecten de bloemschermen al van ver kunnen opmerken en er makkelijk op kunnen landen. 

Nadat dit veld eeuwenlang is bemest, gemaaid en het hooi is afgevoerd, lopen er dit jaar wilde runderen, herten en paarden in het gebied. Ze eten van het gras en ook het fluitenkruid wordt met smaak opgegeten. De kudde runderen bestaat uit een matriarch, een oude koe, haar dochters en jonge stieren. Koeien laten zich dit voorjaar dekken door de stieren uit een apart levende stierengroep. Het volgende jaar keert wel het gras, maar niet het fluitenkruid terug. Dat is alleen nog te vinden buiten het begrazingsgebied.

Uitgelichte quote

De koe wipt de volle negentig kilo van de man met haar hoorns de lucht in

Lichaamstaal herkennen

De aandoenlijke kalveren trekken de aandacht van een wandelaar die er foto’s van probeert te maken. De afstand is echter groot en de man heeft geen telelens. Dus loopt hij naar een kalfje toe. De moeder van het kalf richt haar kop op, maar de man blijft doorlopen. Dan schudt de koe met haar kop. Ook dat merkt de man niet op. De koe doet twee stappen naar voren, maar het kalf is nog niet mooi vol in beeld. Dan besluit de koe dat het welletjes is en komt op de man af. Die schrikt en draait zich om. De koe wipt de volle negentig kilo van de man met haar hoorns de lucht in. De man komt met de schrik vrij, het punt is gemaakt.

Uitgelichte quote

De kudde is totaal overrompeld door de actie, staat erbij en kijkt ernaar

Wennen aan de wolf

’s Avonds loopt de kudde verspreid al grazend door het gebied. Dan duikt opeens van achteren, links langs een van de voorste koeien, een dier op dat lijkt op de honden die meekomen met de wandelaars, maar wat is dit dier groot! Ze richt haar aandacht op dit dier, terwijl een andere wolf rechts van haar passeert, haar kalf in de hals bijt en meesleurt. De kudde is totaal overrompeld door de actie, staat erbij en kijkt ernaar.

Het jaar erop zijn ze alerter; als er zich een wolf aandient, staan de dieren dichter bij elkaar. De wolven zijn nu met een grotere groep, en terwijl twee koeien achter een wolf aanrennen en erin slagen het beest te verjagen, beseffen ze niet dat ze de hechte groep uit elkaar hebben doen vallen en doden twee andere wolven achter hun rug opnieuw een kalf.

Het jaar daarna hebben de runderen de boel op orde, staan ze bij een wolvenaanval in een cirkel met de gehoornde koppen naar buiten en de kalveren in het midden. De wolven hebben het nakijken. Die kiezen dan voor een makkelijkere prooi zoals een oud zwijn of hert.

Uitgelichte quote

Typische beekdal bloemen komen weer tot bloei

Onvoorspelbaarheid

De herten en paarden zorgen er inmiddels wel voor dat ze minder makkelijk te vinden zijn voor wolven. Daarom grazen ze niet meer uitsluitend in de vruchtbare beekdalen, maar ook meer in de voedselarmere delen van het gebied. De vegetatie in de beekdalen veert daardoor op: typische beekdal bloemen komen weer tot bloei, jonge struiken en bomen krijgen hier en daar weer een kans en op de hellingen worden juist meer jonge boompjes opgegeten, zodat het landschap zich daar wat meer opent.

Dit seizoen is ook het fluitenkruid weer terug in het begrazingsgebied, alleen in een veel kleinere vorm. De grassen zijn de hele winter kort gehouden door de paarden, de herten en de runderen en zijn juist in het vroege voorjaar het kortst. Bovendien hebben de dieren de dichte grasmat opengetrapt, waardoor kruiden makkelijker kunnen kiemen. Het fluitenkruid heeft veel minder concurrentie van de grassen en hoeft de opgenomen kooldioxide niet meer uitsluitend in te zetten voor groei, maar kan deze ook gebruiken voor de aanmaak van bitterstoffen. Op deze manier stuurt het de keuze van de grazers naar de smakelijker grassen, waardoor er nóg meer ruimte ontstaat.

Uitgelichte quote

Rewilding gaat voor een belangrijk deel over het weer aanzetten van die sluimerende eigenschappen

Ecologisch geheugen

Het is alsof het ruimte bieden aan natuurprocessen zoals begrazing en predatie (het jagen van roofdieren op prooien), de boel wakker schudt. Onder maai- en faunabeheer in slaap gedommelde afweermechanismen als de aanmaak van bitterstoffen, het tijdig opmerken van alarmsignalen en het organiseren van verdedigingsformaties worden weer in stelling gebracht. ‘Het gras herinnert zich het paard.’ Zo zou je kunnen zeggen dat planten en dieren een ‘geheugen’ hebben voor het overleven in vervlogen tijden.

Rewilding gaat voor een belangrijk deel over het weer aanzetten van die sluimerende eigenschappen. Het op elkaar inwerken van planten en dieren scherpt die eigenschappen aan, waardoor deze organismen als individu, maar vooral ook als soort, nóg beter aangepast zijn aan een steeds sneller veranderende omgeving. Soorten ontwikkelen zich hierbij tot ondersoorten of zelfs geheel nieuwe soorten: de bron van biodiversiteit

Uitgelichte quote

De omvang van populaties wilde dieren daalde in 50 jaar tijd gemiddeld met 73 procent

Rewilding als enige langetermijnoplossing

Ongeveer een kwart van de nu nog levende soorten dreigt momenteel uit te sterven, de omvang van populaties wilde dieren daalde in vijftig jaar tijd gemiddeld met 73 procent en soorten sterven veel sneller uit dan wanneer het systeem waarin ze leven normaal zou functioneren. 

Rewilding is de enige lange termijn optie voor het ontwikkelen van biodiversiteit. De meeste soorten op Aarde zijn honderdduizenden tot miljoenen jaren oud, de kenmerken waarmee ze als organisme functioneren vaak nog ouder. De natuurprocessen die de ontwikkeling van een rijke biodiversiteit in gang hebben gezet zijn effectief gebleken, zelfs wanneer het klimaat instabiel was.

Uitgelichte quote

Doordat er minder grazers zijn in Europa, groeien op grote schaal open en halfopen terreinen dicht met bos

Herstel megafauna cruciaal voor rewilding

Het is algemeen bekend dat als je natuurlijke ecosystemen zoals wilde bossen, graslanden, zeegrasvelden en veengebieden weer laat functioneren, ze grote hoeveelheden koolstof opnemen. Het wegnemen van obstakels voor de terugkeer van grote dieren in het landschap is dus van cruciaal belang bij het herstel van ecosystemen. Zo nodig en waar mogelijk zullen de dieren actief worden teruggebracht. Bij voorkeur gaat het dan om soorten die zijn aangepast aan de plaatselijke situatie, of anders soorten waarbij men redelijkerwijs ervan mag uitgaan dat hun functioneren vergelijkbaar is met dat van uitgestorven soorten. 

Megafauna zorgt op ten minste twee manieren voor meer biodiversiteit in het landschap: de vegetatiestructuur wordt gevarieerder en soortenrijker, met name door te grazen en de bodem om te woelen en door de verspreiding van zaden. De zaden haken aan de vacht van de dieren of de dieren eten de zaden en poepen ze honderden meters verderop weer uit. 

Doordat er minder grazers zijn in Europa, groeien op grote schaal open en halfopen terreinen dicht met bos, waardoor de heterogeniteit van de vegetatie afneemt, en planten en insecten die zich hebben aangepast aan open en halfopen omstandigheden – verreweg de meerderheid – hard achteruitgaan. Heterogeniteit en verspreiding zijn van groot belang voor het verbeteren van de biodiversiteit in het landschap en zouden ook de veerkracht van soorten tegen klimaatontwrichting moeten versterken, zodat dieren en planten kunnen migreren en de klimaatverandering kunnen volgen.

Uitgelichte quote

Planten als agrimonie, tandzaad, nagelkruid en klit hebben haakjes aan hun zaden waarmee deze aan de vacht van zoogdieren blijven hangen

Grote grazers in Nederland

In Nederland is op diverse plekken te zien hoe grote grazers, bevers en sinds kort ook de wolf hun invloed op het landschap doen gelden. Halfwilde paarden en runderen grazen het hele jaar rond in deze gebieden in sociale kuddes. Er zijn net zoveel mannelijke als vrouwelijke dieren die zelf hun partners kiezen. De jonge dieren groeien op in de kudde en leren hun plek in de gemeenschap. In deze gebieden wordt zo min mogelijk ingegrepen door de mens. 

In de natuurlijk begraasde gebieden is te zien hoe stekelige, scherp smakende, bittere en giftige planten het gedrag van de grazers beïnvloeden. Ook is bijvoorbeeld te zien dat op zonovergoten plekken de vegetatie pleksgewijs zeer kort afgegraasd wordt. Het zonlicht zorgt daar voor een hoger gehalte aan suikers en eiwitten in de planten. Dit blijft grazers aantrekken in een zichzelf versterkend effect. Jonge scheuten hebben namelijk een krachtiger fotosynthese dan oude; en als de dieren dan ook nog poepen en de voedingsstoffen door insectenlarven en regenwormen de bodem intrekken, neemt de voedingskracht van de vegetatie snel toe.

Planten als agrimonie, tandzaad, nagelkruid en klit hebben haakjes aan hun zaden waarmee deze aan de vacht van zoogdieren blijven hangen en honderden meters tot vele kilometers verderop uit de vacht kunnen vallen en kiemen. Met name in de woelplekken van de grazers ontstaan kiemplekken voor pionierplanten, struiken en bomen, opwarmplekken voor insecten en reptielen, en nestlocaties voor bijen en wespen. 

Uitgelichte quote

We zijn al getuige van de spectaculaire terugkeer van zeearenden, oehoes, slechtvalken, kraanvogels, otters, bevers en wolven

Opfriscursus

Ook wij moeten weer wennen aan het samenleven met grote wilde dieren. Iedereen op een opfriscursus lichaamstaal herkennen van runderen, paarden, wolven en beren. We kunnen het herstel van de natuur en daarmee het verkleinen van de kans op verdere klimaatontwrichting niet alleen overlaten aan India en Afrika. Het kan hier ook. We zijn al getuige van de spectaculaire terugkeer van zeearenden, oehoes, slechtvalken, kraanvogels, otters, bevers en wolven. Zou het niet fantastisch zijn als we ons landschap kunnen delen met grote kuddes wilde paarden, herten, wisenten en runderen – aanjagers van een rijke, biodiverse natuur die op haar eigen benen kan staan?

Dit is een ingekorte versie van een van de essays uit het nieuwste boek van Kees Klomp, De Ecologische Samenleving, dat onlangs verscheen bij uitgeverij Noordboek. Het boek is een bloemlezing van essays over hoe we een ecologische samenleving kunnen vormgeven, met bijdragen van Felix van Hoften, Leen Gorissen, Hans Stegeman, en vele anderen.

Fotograaf portretfoto header: Eva Broekema. Art work: Coco Deijmann

Over Jeroen Helmer

Jeroen Helmer (1962) studeerde in 1989 af aan de St Joost Kunstacademie van Den Bosch en vond daarna zijn levensmissie als illustrator, natuuronderzoeker en verhalenverteller bij ARK Rewilding Nederland. Zijn ecologische vergezichten zijn op veel plekken in ons land al realiteit geworden. De ‘verhaaltekeningen’ van Helmer zijn in veertien talen vertaald, worden wereldwijd gebruikt door wetenschappers, schrijvers en docenten en bereiken een groot internationaal publiek. In 2024 verscheen zijn eerste boek Wildernis in eigen land (Lemniscaat). Het boek werd door de Volkskrant, Vroege Vogels en LandschappenNL genomineerd voor Natuurboek van het Jaar 2025.