Felix van Hoften: “Zonder ecologie is er geen economie”

Felix van Hoften: “Zonder ecologie is er geen economie”

Tekst Felix van Hoften Gepubliceerd 15 mei 2026 Leestijd 16 minuten

“Zonder ecologie is er geen economie”

“De systematische minachting voor het leven binnen de economische wetenschap is een van de redenen dat we in een pluri-crisis zitten”, stelt onderzoeker Felix van Hoften. In dit gastartikel laat hij zien hoe onze huidige economische logica botst met de biofysische realiteit van de Aarde – en waarom echte vooruitgang alleen mogelijk is wanneer ecologie, rechtvaardigheid en welzijn het fundament vormen van hoe we onze economie organiseren.

Stel je voor, op een dag landen er interplanetaire antropologen op Aarde, op zoek naar de meest geavanceerde levensvorm. Ze vinden ons – rechtop lopende aardlingen – interessante, maar ongrijpbare wezens. Zo komen ze er snel achter dat een gedeelte van onze stam bezig is met het begrijpen van de aard- en interplanetaire systemen, een groep die de aardlingen ‘wetenschappers’ noemen.

De antropologen ontdekken dat deze wetenschappers meerdere natuurwetten al hebben ontdekt: wetten van schaal, grenzen, krachten, beweging en het leven. Ook hebben aardlingen steeds beter door dat deze wetten der natuur in balans werken: afhankelijk van de onwaarschijnlijke variatie van het leven op deze planeet. Ze zijn diep onder de indruk, maar slaan stijl achterover van een groep die voor hen een raadsel blijft: de economen. Deze losstaande groep, die ook wetenschap claimt, kent weinig tot geen overlap met de andere wetenschappen.

Economen stellen dat er wel degelijk een systeem is dat eeuwig door kan groeien en niet afhankelijk is van natuurlijke balans: de economie. De interplanetaire antropologen snappen er niets van, deze ‘economie’ is helemaal niet consistent met de kennis over natuurkunde en de variatie en interactie van het leven. Hoe dieper ze erin duiken, hoe meer ze verrast worden.

Deze economen zijn op onze planeet de meest dominante stem geworden – en niet alleen in de wetenschap, overal!

Naarmate de tijd vordert en hun onderzoek ook, zien ze groepen die zich bezighouden met de overlap tussen deze economie en de andere kennisvormen. De antropologen noemen ze realist-economen. En met name een klein groepje binnen deze realist-economen, de ecologisch economen, vonden ze reuze interessant.

Uitgelichte quote

Dat over-de-horizon-gevoel zit in ons DNA. We zijn ervan overtuigd dat er altijd wel een nieuw vaatje is waar we uit kunnen tappen

Ecologische economie

Ecologische economie is een transdisciplinair vakgebied dat leentjebuur speelt met onder andere ecologie, biologie, natuurkunde, psychologie en antropologie, met als vertrekpunt dat onze economie onderdeel is van de biosfeer en de ecologische grenzen moet respecteren. Met andere woorden: zonder ecologie ís er geen economie. 

We imagined ourselves to be living on a virtually illimitable plain. The image of the frontier, the unknown, is probably one of the oldest images of mankind and it is not surprising that we find it hard to get rid of.’

Dit schreef econoom-filosoof-ziener Kenneth Boulding in de jaren zestig over de relatie met onze onuitputtelijke planeet. De wereld was in de premoderne tijd leeg: mensen hadden genoeg toegang tot levensessenties, omdat achter de horizon een onontdekt land lag met nieuwe bossen, nieuwe grondstoffen en nieuwe mogelijkheden. Dat over-de-horizon-gevoel zit in ons DNA. We zijn ervan overtuigd dat er altijd wel een nieuw vaatje is waar we uit kunnen tappen.

Uitgelichte quote

We kunnen beter op zoek gaan naar een economie met minimaal grondstoffengebruik waarbij we toch gelukkig zijn

Spaceship Earth

Een kleine groep avant-gardedenkers en pluralistische economen beargumenteerde in de late jaren zestig en begin jaren zeventig dat onze wereld wél grenzen kent. Boulding introduceerde het iconische spaceship Earth: we zweven op een unieke bol, op een gesloten systeem zonder ongelimiteerde reservoirs van grondstoffen of vervuiling met een flinterdun laagje atmosfeer als bescherming tegen de buitenwereld, door het heelal. Boulding vond dat spaceship Earth centraal zou moeten staan in het benaderen van economische vraagstukken.

Toen – en nog steeds – werd het succes van de economie gemeten in bruto binnenlands product (bbp), dat gekoppeld is aan materiaal- en energieverbruik, ook wel throughput genoemd. Hoe hoger ons bbp, hoe hoger de throughput, hoe succesvoller onze economie. Boulding vond dit een dwaze redenering en karikaturiseerde dit met de term cowboy economy: achter de horizon zien we altijd mogelijkheden om te plunderen, om die economie, in de vorm van het bbp, te laten groeien. Waarom zijn we onze throughput aan het maximaliseren, terwijl we een gelimiteerde hoeveelheid grondstoffen op ons spaceship hebben? We kunnen beter op zoek gaan naar een economie met minimaal grondstoffengebruik waarbij we toch gelukkig zijn. Hij stelde: ‘There is nothing desirable in consumption at all. The less consumption we can maintain a given state with, the better off we are.’

Georgescu-Roegen beargumenteerde in de jaren zeventig als vervolg op het werk van Boulding dat de economie niet eeuwig kan groeien. ‘Er zijn grenzen in de echte wereld van uitputting, vervuiling en ecologische verstoring’, aldus Georgescu-Roegen. Alles wat we nu gebruiken kunnen we in de nabije toekomst niet of minder gebruiken. En omdat we afhankelijk zijn van materiaal en energie om te overleven, ontnemen we de toekomstige generatie overlevingskansen. Er zijn weinig soorten die zó actief niet willen dat hun eigen ras blijft voortbestaan. Daarom vond Georgescu-Roegen bbp een ridicuul economische maatstaf dat vervangen moet worden door gross national throughput, waarbij we zo weinig mogelijk energie- en materiaalgebruik als uitgangspunt nemen.

De systematische minachting voor het leven binnen de economische wetenschap is een van de redenen dat we in een pluri-crisis zitten. Dit is waarom economie consillient moet worden met natuurkunde en biologie, aldus Galbraith en Chen in hun meesterwerk Entropy economics. Alleen zo kunnen we weer bijdragen aan de versterking van het leven, waar uiteindelijk alle economische waarde op rust.

Uitgelichte quote

Minder consumptie en productie leiden wél tot minder uitstoot, materiaalgebruik en vervuiling

Een nieuwe stroming (en toch ook weer niet)

Vrijwel alle ecologische economen zijn zeer kritisch op ongelimiteerde economische groei gemeten in bbp. En veel doen onderzoek naar of staan positief tegenover degrowth en postgroei-principes. Degrowthers, of ontgroeiers, zien maar één oplossing: het democratisch terugschalen van productie en consumptie om binnen planetaire grenzen te geraken als oplossing voor onze sociaalecologische crises, terwijl we rechtvaardigheid en welzijn verbeteren.

Met zijn oorsprong in het Franse décroissance en de eerste denkers in de ecologische economie, is de beweging groeiende door bekende boeken als Prosperity without growth van econoom Tim Jackson en Less is more van economisch antropoloog Jason Hickel. Zij stellen onomstotelijk vast dat minder consumptie en productie wél leiden tot minder uitstoot, materiaalgebruik en vervuiling. En zelfs het laatste IPCC-rapport benoemt het: ‘Degrowth is met hoge zekerheid de manier om effectief onze uitstoot, extractie en materiaalgebruik te verminderen.’ Technologische innovatie en efficiënter produceren is hard nodig, maar niet het panacee. Dat is demand-side mitigation, of, simpeler gezegd: minder vraag. 

Uitgelichte quote

Onze energieproductie kán fysisch gezien niet elke 23 jaar verdubbelen

Ontkoppelen

Conventionele groei-economen, zoals Barbara Baarsma, zijn zeer kritisch op de degrowth-academici en -beweging. Zij stellen dat we de economie kunnen laten doorgroeien en tegelijkertijd onze CO2-uitstoot kunnen verminderen, ook wel bekend als ontkoppelen. Dit is een verkeerde veronderstelling. Ten eerste leidt deze koolstofreductionistische manier van denken tot blikvernauwing. Er zijn ook andere ecologische crises, zoals biodiversiteit, vervuiling of watergebruik. Decentrale, moderne vormen van energieopwekking die vaak minder CO2 uitstoten, leiden tot een hogere materiaalvoetafdruk. Vanaf 1984 heeft ongeveer 60 procent van de totale materiaalextractie van de mensheid ooit plaatsgevonden, en van 100 gigaton materiaalextractie nu groeien we volgens het Circularity Gap Report naar 170 gigaton in 2050. Dit leidt tot biodiversiteitsverlies dat zó snel toeneemt dat wetenschappers praten over de zesde mondiale uitstervingsgolf. Keer op keer is aangetoond: materiaalgebruik is gekoppeld aan de economie (Wiedman et al., 2020), het een zal het andere doen laten groeien. Daarnaast zijn energie en bbp bijna een-op-een gekoppeld (Keen, 2023; King, 2020); een existentieel probleem, want onze energieproductie kán fysisch gezien niet elke 23 jaar verdubbelen.

Ten tweede is er weinig bewijs dat we kunnen ‘koolstof-ontkoppelen’, zeker op mondiaal niveau. Groene groeiers die hier wel in geloven, wijzen steevast naar data waar klaarblijkelijk sommige westerse landen bbp en CO2 wel hebben ontkoppeld. Deze data zijn onvolledig: uitstoot van de vliegtuigindustrie, internationaal vrachtverkeer en verandering van landgebruik zijn hierin niet meegenomen. Daarnaast laten onderzoekers Vogel en Hickel ondubbelzinnig zien dat de term groene groei greenwashing is: het zal met dit tempo 223 jaar duren voordat onze economie de klimaatdoelen van Parijs heeft gehaald.

Uitgelichte quote

Rijke landen (en rijke burgers in arme landen) zijn verantwoordelijk voor 74 procent van al het materiaalgebruik in de laatste vijftig jaar

Rechtvaardigheid

Ook rechtvaardigheid is een belangrijke pilaar in het ontgroei-debat. Rijke landen (en rijke burgers in arme landen) zijn internationaal gezien verantwoordelijk voor 74 procent van al het materiaalgebruik in de laatste vijftig jaar. Nationale studies bewijzen dat de hoogste inkomensgroep een vier keer zo hoge materiaal-voetafdruk als de laagste inkomensgroep heeft. Ondanks dat er nauwelijks onderzoek is gedaan naar de materiaal-voetafdruk van de superrijken weten we wel dat de top 1 procent een koolstof-voetafdruk heeft die duizenden keren hoger ligt dan die van de gemiddelde wereldburger. Er is geen reden om aan te nemen dat dit op materiaalniveau niet zo is, kijkend naar de levensstijl van de allerrijksten van deze planeet. 

Wiedmann et al. (2020) stelt onomwonden vast: de meest welvarenden van de wereld zijn verantwoordelijk voor bijna alle ecologische impact. Burgers in het westen moeten hun CO2-uitstoot en ecologische voetafdruk verminderen door minder productie en consumptie, en zo ruimte geven aan de zuidelijke landen op de wereld om hun levens te verbeteren; dit wordt soms aangeduid als fair share of global ecospace (Gupta et al., 2023). Het klinkt logisch, maar in de neoklassiek-economische kantine wordt dit bij de lunch niet besproken. Slechts 25 publicaties in een halve eeuw, dat is alles wat klimaatgerelateerd is verschenen in de vijf ‘beste’ economische journals (!).

Een verlengde van rechtvaardigheid binnen de degrowth-beweging is de theorie van ecological unequal exchange: landen met economische, technologische of militaire macht hebben een betere toegang tot goedkope grondstoffen en arbeid om technologische infrastructuur te bouwen, teneinde de economie te laten groeien. Een gevolg hiervan is dat grondstoffen asymmetrisch stromen, van arme naar rijke landen. 

Uitgelichte quote

Vooruitgang in welzijn is ergens in de jaren zeventig gestopt

Welzijn

Het laatste cruciale onderdeel in het gedachtegoed is welzijn. En ook hier zien we problematische ontwikkelingen, want een groeiende economie leidt vanaf een bepaald inkomen niet tot meer welzijn. Dit heet ook wel de Easterlin-paradox, naar de eerste onderzoeker die dit ontdekte. Vooruitgang in welzijn is ergens in de jaren zeventig gestopt. Echter, doordat het inkomen van mensen om ons heen groeit, denken we dat we gelukkiger worden als we zelf ook meer verdienen, het zogenoemde Veblen-effect. En meer verdienen leidt tot meer uitgeven en consumeren. Terwijl consumeren niet leidt tot meer welzijn: ‘True happiness rarely lies at the bottom of a shopping bag’ (Zimmerman, 2012). 

Onze industriële-hyperconsumptie-economie zal niet leiden tot een beter leven én een ecologische samenleving, en gedrag is daar een belangrijk component van. Dit laatste is een nieuwe ontwikkeling in de ecologische economie, gedragsecologische economie genaamd. Ook proberen economen zoals Nicky Pouw van de Universiteit van Amsterdam welzijn en rechtvaardigheid te integreren in economische en ecologische theorie.

Uitgelichte quote

Het kappen van een oerwoud, een kleine elite met al het vermogen en een doodongelukkige bevolking; je komt het niet tegen in de belangrijkste economische berekening

Meten

Onze economische meetinstrumenten zijn geen neutrale waarnemers: ze sturen mee. Dat heet performativiteit. Het bbp, zo weten we inmiddels, telt vooral productie en consumptie. Het is een industrieel productiegetal en heeft weinig te maken met een ecologische, menswaardige economie. Daarnaast is het een politiek getal, zo schrijft Fioramonti: ‘Bbp heeft elke sector in economisch beleid gestuurd.’ Econoom Charles Lindblom was kritischer: ‘Bbp heeft niet alleen onze politiek en economie gevangengenomen, maar ook onze capaciteit om onze sociale omgeving te herinnoveren.’

We weten al decennia dat deze manier van economisch meten een verkeerde voorstelling van zaken geeft. Planetaire grenzen worden in de bbp-berekening niet meegenomen, ongelijkheid niet, onbetaald werk niet en welzijn ook niet (Stiglitz et al., 2009). Het kappen van een oerwoud en het leegvissen van de oceanen, een kleine elite met al het vermogen en een doodongelukkige bevolking; je zal het niet tegenkomen in de belangrijkste economische berekening. Er zijn voorstellen gedaan om het bbp te verbeteren, of helemaal te vervangen. 

Deze voorstellen worden ook wel ecologische macro-economie genoemd: een beter begrip van de dynamiek van de moderne economie die de realiteit van ecologische grenzen, grondstoffen en welzijn meeweegt. 

Uitgelichte quote

Het uitgangspunt dat we elk jaar meer nodig hebben voor een niet-bestaand hoog welzijnsniveau is absurd

Achter de horizon ligt actie

Natuurlijk hebben we grondstoffen nodig voor een welzijnsminimum, maar het uitgangspunt dat we elk jaar meer nodig hebben voor een niet-bestaand hoog welzijnsniveau is absurd. Zoals Boulding al zei: ‘We kunnen beter op zoek gaan naar een manier met minimaal grondstoffengebruik waarbij we toch gelukkig zijn.’ Maar kúnnen we dat wel?

Er is een probleem met onze collectieve verbeeldingskracht, schreef Latouche (2009). Hij vond dat onze verbeeldingskracht is gekoloniseerd, is overgenomen door het grootkapitaal: iedereen denkt in efficiëntie, productie en consumptie, en kosten; en niet meer natuur-centraal, solidair, op basis van gelijkheid en welzijn. Hier is een herschikking van collectieve verbeeldingskracht voor nodig.

Een herschikking die leidt naar de innovatieve bio-economy van Georgescu-Roegen: een economie waar we een nieuw begrip van onze natuur hebben gevonden en dat hebben toegepast op onze economie. Achter de horizon liggen niet nieuwe voorraden grondstoffen die weer geplunderd kunnen worden, achter de horizon ligt diepgaand begrip van onze biofysische realiteit, ecologie, welzijn en solidariteit.

Dit essay wil ik eindigen met een quote van Boulding (1966), over ons nieuwe diepgaande begrip en onze plicht naar de toekomstige generaties:

‘Een ruimteschip-maatschappij sluit een zekere mate van overvloed niet uit, in die zin dat de mens in staat zal zijn een fysieke toestand en leefomgeving te behouden waarin goede gezondheid, creatieve activiteit, schoonheid, liefde en vreugde, kunst en het nastreven van een spiritueel leven mogelijk zijn. Deze overvloed zal echter gepaard moeten gaan met een merkwaardige vorm van zuinigheid. Verre van dat schaarste zal verdwijnen, zal zij juist het meest dominante kenmerk van die samenleving zijn. Elk zandkorreltje zal gekoesterd moeten worden, en de verspilling van onze tijd zal zó afschuwelijk lijken dat onze nakomelingen het nauwelijks zullen kunnen verdragen aan ons te denken, want in hun ogen zullen wij als monsters verschijnen.’

Beste interplanetaire antropologen, zien jullie dat er een groeiende economische onderstroom is die biofysische realiteit wél als bouwsteen gebruikt? Hopelijk kan de mens deze onderstroom snel genoeg transformeren tot bovenstroom. Als we gaan samenwerken wel. Uiteindelijk ligt onze sleutel in solidariteit met elkaar en de niet-mensen.

Dit is een ingekorte versie van een van de essays uit het nieuwste boek van Kees Klomp, De Ecologische Samenleving, dat onlangs verscheen bij uitgeverij Noordboek. Het boek is een bloemlezing van essays over hoe we een ecologische samenleving kunnen vormgeven, met bijdragen van Leen Gorissen, Bram Büscher, Esther Turnhout, Hans Stegeman, en vele anderen.

Over Felix van Hoften

Felix van Hoften (1984) studeerde af in de gedragseconomie en specialiseerde zich later in de ecologische economie, zijn echte liefde. Hij doet onderzoek naar en schrijft over ecologie en klimaat, ongelijkheid en rechtvaardigheid – alle in een economische context – aan de UvA, de Hogeschool Rotterdam en Universiteit Nyenrode. Hij publiceert regelmatig academische papers en vierde zijn schrijversdebuut in 2022 met zijn boek De golven en de Kaap (Padvinder Uitgeverij). Hij is een gepassioneerd docent en ziet onderwijs als de grootste verander-motor van een samenleving: ‘Onderwijs is kennis op benen.’