Thomas Oudman: “Een ecosysteem koop je niet even in de dierenwinkel”

Thomas Oudman

Thomas Oudman: “Een ecosysteem koop je niet even in de dierenwinkel”

Tekst Paul Q. de Vries & Mark Aink Fotografie Gabriela Hengeveld Leestijd 12 minuten

De stikstofcrisis oplossen: het kán. Met meer boeren en minder vee. Bioloog en journalist Thomas Oudman schreef er het boek 'Uit de shit' over. Een pleidooi voor ecologische kennis, microscopisch klein bodemleven, en meer verbinding tussen boeren en natuur.

Wat bracht je ertoe om ‘Uit de shit’ te schrijven?

“Ik onderzoek voor De Correspondent al een paar jaar ons voedsel- en landbouwsysteem. Het Nederlandse model van industriële landbouw is vastgelopen, met alle maatschappelijke effecten en gevolgen voor de natuur en boeren van dien. En dat is totaal onnodig; oplossingen zijn er al en kunnen morgen worden toegepast. Dat levert een gezondere situatie op voor boeren, voor de natuur en voor onszelf. Ik vond het hoog tijd dat iemand dit op een heldere en onderbouwde manier naar buiten bracht. En die iemand werd ikzelf.”

Hoe komt een ecoloog die trekvogels bestudeert als journalist bij De Correspondent terecht?

“Ik merkte dat veel van de kennis die ecologen hebben, totaal afwezig is in het maatschappelijk debat. En dan heb je het niet eens over heel ingewikkelde ideeën, maar gewoon basale ecologische kennis. Die ontbreekt op dit moment in de media en in de politiek. Er is genoeg kennis, maar die komt niet in de samenleving terecht. De wetenschap wordt toch vaak gezien als een apart domein met een eigen taal, die losstaat van onze belevingswereld. Andersom moeten biologen zoals ik zich meer gaan aantrekken van het maatschappelijke debat. Met die gedachten ben ik gaan praten bij De Correspondent.”

In plaats van ecologie schrijf je nu vooral over voedsel.

“Ik wilde eigenlijk ‘correspondent Ecosystemen’ worden, maar dat vond mijn hoofdredacteur een veel te ingewikkeld woord. Het werd correspondent Voedsel. Dat past ook goed, want voedsel vormt de meest fundamentele verbinding tussen ons mensen en het ecosysteem. Toen ik me erin ging verdiepen, vroeg ik me af waarom we nou zo’n groot stikstofprobleem hebben in Nederland. Ik kwam erachter dat de term ‘stikstofprobleem’ de lading volstrekt niet dekt. Zelfs ‘landbouwprobleem’ doet het nog tekort. De kernvraag is: hoe halen we ons voedsel uit een ecosysteem op een manier die dat ecosysteem ook in stand houdt? Hoe dat moet, en überhaupt waarom dit belangrijk is, zijn we kwijtgeraakt in de decennia van industriële landbouw.”

Fotograaf: Gabriela Hengeveld
Thomas Oudman Thomas Oudman: "De kernvraag is: hoe halen we ons voedsel uit een ecosysteem op een manier die dat ecosysteem ook in stand houdt?" Fotograaf: Gabriela Hengeveld

Klinkt ook alsof we behoorlijk vervreemd zijn van de natuur?

“We hadden vroeger meer ontzag voor de natuur en meer besef van hoe groot en ingewikkeld die is, en van wat we allemaal niet wisten. Lange tijd konden we ons niet voorstellen dat mensen invloed hadden op die grote natuur, dat soorten konden uitsterven bijvoorbeeld. Als je afhankelijk bent van iets dat je niet begrijpt, laat je dat het beste met rust. Als je probeert zoiets naar je hand te zetten, ga je schade aanrichten. Nou, zulk denken is echt verdwenen. We denken nu dat de natuur volledig maakbaar is. Dat voedsel wordt gemaakt van grondstoffen zoals we ook een auto of een computer maken. Boeren zeggen dat mensen in de stad niet meer weten waar hun voedsel vandaan komt. En daar hebben ze gelijk in. Maar ze weten het zelf ook niet meer. Ze denken: ‘Als ik er zo veel eenheden kunstmest op gooi, dan groeit het gras zo hard’, ze worden geregeerd door tabellen en natuurkennis is geen onderdeel meer van de landbouwopleiding. De kennis komt van de zogenaamde erfbetreders: mensen die boeren adviseren. En die hebben commerciële belangen want die werken bij het agro-economische complex.”

Eén van die ‘missende’ ecologische inzichten betreft het belang van het bodemleven?

“Om goed te begrijpen wat landbouw eigenlijk is, moet je naar het bodemleven gaan kijken – schimmels, bacteriën, micro-organismen, insecten, plantenwortels. Daar begint alles. Franke Remerie van Land van Ons vertelde me dat hij bij boeren vaak begint over het verzorgen van de bodem. ‘Oh ja, daar had mijn opa het ook altijd over’, zeggen ze dan. ‘Zo doen we dat niet meer.’ Onder de industriële landbouw hebben we die kennis en inzichten volstrekt veronachtzaamd. De basale ecologische kringloop, die kennen we wel: je hebt grond, daarop groeien planten, die worden gegeten door dieren, hun poep is mest en dat kan met ander plantaardig afval weer omgezet worden tot voeding voor nieuwe planten. Maar die laatste stap hebben we te lang voor lief genomen. De plant kan die voeding niet direct zelf opnemen; er komt veel meer bij kijken.”

Waar denk je dan aan?

“Je hebt er een heel ongezien ecosysteem onder de grond bij nodig. Neem wormen, die trekken dood plantaardig materiaal onder de grond om op te eten. Schimmels omvatten dat organische materiaal als pakketjes om te bewaren voor later. Daarmee blijven de voedingsstoffen behouden, krijg je een luchtiger structuur van de grond en kan die grond beter water vasthouden. Zonder die organische stof is grond gewoon zand waar het water uit wegloopt, of klei die juist ondoordringbaar is. Het hangt erg van de grondsoort af, maar vroeger zat er vaak wel tien procent organische stof in landbouwgrond. Met industriële landbouw is dat gedaald tot soms zelfs minder dan één procent. Daardoor groeien planten minder goed en dat kan zo tien procent opbrengst schelen.”

Uitgelichte quote

Onze overheid heeft de natuur de afgelopen eeuw gezien als wingebied voor extractieve industrie

De laatste tijd hoor je meer over het idee dat een gezond microbioom in de bodem waar ons voedsel is verbouwd ook een gezond microbioom in onszelf oplevert?

“Dat beginnen we nu pas echt te onderzoeken. We weten wel dat bijvoorbeeld veel mineralen in onze voeding nu veel schaarser zijn dan vroeger. De voedingsstoffen die we binnenkrijgen, komen ook uit de bodem, en dat kunnen echt duizenden verschillende voedingsstoffen zijn. Maar hoe zich dat precies verhoudt met ons microbioom, de ‘darmflora’ die belangrijk is voor onze gezondheid, daar kunnen we nog weinig over zeggen. Voedingsexperts zeggen altijd: eet gevarieerd en matig. Veel verder dan dat komen we nog niet. Dat komt doordat het aantal mogelijke interacties tussen onze voedingsstoffen en ons microbioom gigantisch is. Hetzelfde geldt voor het aantal interacties in het ondergrondse ecosysteem, en eigenlijk voor de hele natuur.”

Geldt dit ook voor de mycorrhiza, de netwerken van schimmels en plantenwortels die essentieel zijn voor bodemleven?

“Dat begon ooit als een leuk nieuw hoekje van de biologie, maar nu realiseren we ons dat die mycorrhiza’s in feite het plantenleven op aarde mogelijk maken. In die netwerken vindt een uitruil plaats van voedingsstoffen. Planten maken suikers aan uit fotosynthese; maar liefst een derde ervan spuiten ze de grond in. Waarom doen ze dat? Om ze te ruilen met schimmels die mineralen opnemen en aan de plant afstaan. In die zin zijn de schimmels een verlengstuk van de plantenwortels, of andersom! Maar nu komen wij met kunstmest. In tegenstelling tot die andere voedingsstoffen, kan kunstmest wél direct door de plantenwortels worden opgenomen. Planten houden dan op met suikers geven aan die schimmels. Die schimmels raak je kwijt en daarmee is je bodem niet langer gezond, luchtig en watervasthoudend.”

En daarmee doorkruisen we eigenlijk wat de natuur al uit haarzelf voor ons deed?

“We maken steeds minder goed gebruik van de voordelen die ecosystemen ons bieden. We gaan zelf voedingsstoffen aanslepen. We zetten gewassen strak in het gelid op slecht functionerende bodems. De elementen in ecosystemen zijn geëvolueerd om samen te werken, maar wij reduceren het in ons denken tot een paar losse onderdelen. We dachten dat we snapten hoe het werkt: gooi er kunstmest en water op en dan oogsten maar. We denken alleen nog maar in termen van productie, in kilo’s opbrengst en hebben allemaal rassen van landbouwgewas gekweekt die hard groeien op kunstmest.”

Thomas Oudman
Thomas Oudman: "Biologische melkveehouders verdienen een derde meer. En dat inkomen is ook nog stabieler." Fotograaf: Gabriela Hengeveld

Dit heeft toch ook te maken met onze economische ideologie?

“Onze overheid heeft de natuur de afgelopen eeuw gezien als wingebied voor extractieve industrie. Je haalt er grondstoffen uit om producten te maken en die producten zorgen voor economische groei. In de economische modellen die het CPB en het PBL gebruiken, wordt natuurbescherming betaald vanuit economische groei, vanuit het overschot. Dus je moet eerst economische groei hebben voordat je je om de ecologie kunt bekommeren. Maar het is natuurlijk precies andersom! Ecologie is de basis van ons leven, en dus ook van de economie. Het grappige is, dat Sicco Mansholt al in de jaren ’70 af wilde van de focus op bruto nationaal product. Hij wilde het gaan hebben over bruto nationaal nut. En Mansholt mogen we toch beschouwen als de aartsvader van de naoorlogse landbouw, waarbij het alleen draaide om productie en nog eens productie – met de beste intenties, overigens.”

Het idee dat je alleen met industriële landbouw geld kunt verdienen, is inmiddels toch wel achterhaald?

“In het boek beschrijf ik dat we nu pakweg 50.000 boeren hebben in Nederland, waarvan er 15.000 in de veeteelt zitten. Zo’n 500 veeboeren werken biologisch. Zij hebben zichzelf opgelegd om geen kunstmest te gebruiken… en ze verdienen een kwart meer dan de reguliere boeren! Biologische melkveehouders verdienen zelfs een derde meer. En dat inkomen is ook nog stabieler. Dus economisch gezien zijn andere sporen echt mogelijk, maar we blijven maar hangen in dat productiedenken. In plaats van in de ecologie zoeken we ons heil in verdere industrialisering. Dan moeten er weer speciale stalvloeren komen om mest en urine te scheiden – als koeien gewoon buiten mogen lopen komen mest en urine sowieso veel minder op een grote ammoniak-producerende hoop terecht. Zo’n investering voor een stalvloer bedraagt gemiddeld 170.000 euro, een stikstofkraker Een stikstofkraker is een technisch hulpmiddel waarmee boeren zelf kunstmest uit koeienmest kunnen maken. kost drie ton. Dan moet je als boer naar de bank, maar je hebt al gemiddeld acht ton schuld, dus die bank wil dan wel dat je meer gaat produceren om meer geld te verdienen. Neem er nog maar wat koeien bij, of een grotere stal. En zo blijf je bezig.”

Uitgelichte quote

Ik heb geprobeerd om verbinding te zoeken tussen boeren en de mensen die voor natuur opkomen. We zijn geen tegenstanders van elkaar

Je boek leest ook als een pamflet vóór de boeren.

“Ik heb geprobeerd om verbinding te zoeken tussen boeren en de mensen die voor natuur opkomen. We zijn geen tegenstanders van elkaar. Landbouw is de kern van onze cultuur, en die kan weer een waardevol onderdeel van de samenleving worden. Als we met al onze aandacht de landbouw proberen te herinrichten, zodat natuur en landbouw hand in hand kunnen gaan, kunnen we weer gaan snappen dat we onderdeel zijn van een ecosysteem. Dat klinkt misschien abstract, maar ik bedoel het heel concreet en letterlijk. Door melk te drinken ben je verbonden met het ecosysteem in het weiland, net als die worm. Kijk, het alternatief is dat we een stadsstaat worden en biodiversiteit uitbesteden aan andere landen. Maar dat lijkt me niet de weg naar de toekomst. We willen hier ook natuur. Geen natuur die alleen maar geld kost om te beschermen, maar natuur waar we van leven.”

Je hebt het ook veel over schoonheid; van de natuur, van het landschap.

“Het gaat nog dieper dan schoonheid. Ik heb veel onderzoek gedaan op Spitsbergen. Je zit daar op de toendra, en de enige sporen van menselijke invloed die je ziet zijn schedels van Nederlandse walvisvaarders uit voorbije eeuwen. Verder zijn er alleen maar ijsberen, ganzen, poolvossen, beloega’s. Pas als je weer terug bent in Nederland, kom je erachter hoeveel betekenis dat heeft. En ga je het terugzien in je ‘eigen natuur’, zelfs in de planten en de mieren in je voortuin, hoe lullig dat ook klinkt. Als je er aandacht voor hebt, vind je een hele wereld in je voortuin. Zelfs in je voortuin gebeuren er dingen die nog niemand weet, waarover je zou kunnen publiceren in gezaghebbende wetenschappelijke tijdschriften.”

Uitgelichte quote

Het klappen van het akkoord biedt ons een gouden kans om het echt over een andere boeg te gooien
Thomas Oudman. Fotograaf: Gabriela Hengeveld
water landbouw Fotograaf: Gabriela Hengeveld

Toen het Landbouwakkoord tussen de overheid en de boeren klapte, schreef jij een stuk met als kop ‘Het landbouwakkoord is dood, leve de landbouw!’

“Als je als overheid een akkoord wilt sluiten met de agro-economische sector, dan heb je er eigenlijk al voor gekozen om het huidige systeem in stand te houden. Stoppen met kunstmest in de veeteelt ligt niet op tafel: daar heeft de industrie geen belang bij, maar de maatschappij wel. Er wordt niet ingegaan op de fundamentele vraag of een op import van krachtvoer gebaseerde varkensindustrie nog wel wenselijk is, maar alleen over hoe je de schadelijke gevolgen een beetje kunt beperken. Over hoe we de sector kunnen voortzetten binnen de Europese regels. Een beetje krimp, een nieuw label in de supermarkt, een paar vaag geformuleerde duurzaamheidsdoelen, allemaal op vrijwillige basis; je weet precies hoe dit gaat. Ik had dus geen hoge verwachtingen van dit akkoord. Het klappen van het akkoord biedt ons een gouden kans om het echt over een andere boeg te gooien, en de landbouw duurzaam te maken.”

Waar ligt de oplossing?

“Om te beginnen bij het duurzaam maken van de veehouderij. Stoppen met kunstmest en de import van krachtvoer. Dat kan wel twintig jaar duren; zo lang had Mansholt ook nodig om de industriële landbouw op te zetten. We hebben dan andere koeien nodig, en ander soort weilanden. En we moeten het ecosysteem de tijd geven om zich te ontwikkelen. Een ecosysteem koop je niet even in de dierenwinkel. En tenslotte moeten we de volgende generatie boeren opleiden om in dat nieuwe systeem te werken. Van kunstmest-boeren naar ecologisch boeren, dat is een serieuze carrièreswitch.”

Wie is Thomas Oudman?

Thomas Oudman is journalist bij De Correspondent, waar hij met name schrijft over voedsel. Van hem verscheen in juni 2023 het boek ‘Uit de shit – Een pleidooi voor meer boeren en minder vee’, waarin hij betoogt dat we het stikstofprobleem in Nederland samen hebben gecreëerd – maar er ook weer samen kunnen uitkomen. Hij studeerde biologie aan de Universiteit van Amsterdam en promoveerde aan de Rijksuniversiteit Groningen op de ecologie van trekvogels. Hij is ook co-auteur van het boek ‘De ontsnapping van de natuur’, dat in 2019 op de shortlist van de Jan Wolkers Prijs voor beste natuurboek stond.

Thomas Oudman
Thomas Oudman: "Van kunstmest-boeren naar ecologisch boeren, dat is een serieuze carrièreswitch." Fotograaf: Gabriela Hengeveld